Het wapen van de Westfriese familie Koop
- Beginpagina
 
- Stamreeks
- Stamboom:
- Generatie 0
- Generatie I
- Generatie II
- Generatie III
- Generatie IV
- Generatie V
- Generatie VI
- Generatie VII
- Generatie VIII
- Generatie IX
- Generatie X
- Generatie XI
- Huidige generaties
 
- Familienaam
- Familiewapen
- Achtergronden
- Andere families
- Links
 
- Gastenboek
 



- GENERATIE XI -


- Politiek leefde deze generatie ten tijde van koningin Wilhemina en maakte de zowel de mobilisatie voor de Eerste Wereldoorlog, de crisisjaren als de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog mee.

- Economisch leidde de crisis van 1929 leidde tot massale werkloosheid. Desondanks nam de bevolkingsomvang toe van 6 miljoen in 1914 tot 9 miljoen in 1939.



- Tak B -


XI.B.a. JOHAN J. (Johannes) KOOP

Manufacturenkoopman en caféhouder te Hoogwoud, vanaf 1909 sleper en transporteur te Hoorn en vanaf ca. 1940 stillevend te Amsterdam

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 21 september 1878
Overleden te Amsterdam op 25 april 1952 (73 jr.)
Begraven op 29 april op het RK-kerkhof Buitenveldert

Gehuwd te Medemblik op 25 april 1900 met:
       Maria Vermeulen
       Dochter van Johan Vermeulen en Alida Cornelia Koopman
       Geboren te Medemblik op 26 juli 1879
       Overleden te Amsterdam op 11 december 1949 (70 jr.)
       Begraven op 16 december op het RK-kerkhof Buitenveldert aldaar

Kinderen uit dit huwelijk:

1. Jacobus Johannes (Jaap)
       Geboren te Hoogwoud op 3 maart 1901 (XII.BA.a.)
2. Johannes Augustinus (Jan)
       Geboren te Hoogwoud op 5 mei 1905 (XII.BA.b.)
3. Anthonius Johannes (Toon)
       Geboren te Hoogwoud op 20 september 1906 (XII.BA.c.)
4. Jozef Johannes (Joost)
       Geboren te Medemblik op 17 februari 1908 (XII.BA.d.)
5. Alida Maria Catharina (Alie)
       Geboren te Hoorn op 6 mei 1911
       Overleden te Alkmaar op 14 januari 1979 (67 jr)
       Begraven op het RK-kerkhof St. Barbara aldaar
       Gehuwd met:
          Jan (Johannes Petrus Antonius) Stroomer
          Slager te Alkmaar
          Geboren te Alkmaar op 15 mei 1908
          Overleden aldaar 28 mei 1968 (60 jr)
          Begraven op het RK-kerkhof St. Barbara aldaar
       Uit dit huwelijk: 6 zonen en 4 dochters.
6. Emanuel Stephanus (Miel)
       Geboren te Hoorn op 25 december 1912 (XII.BA.e.)
7. Augustinus Adrianus (Guus)
       Geboren te Hoorn op 2 december 1914 (XII.BA.f.)
8. Maria Alida (Marie)
       Winkeljuffrouw bij banketbakker Carels te Amsterdam
       Geboren te Hoorn op 17 februari 1916
       Overleden te Haarlem op 16 juni 1977 (61 jr.)
       Uit 2 voorhuwelijkse relaties: 2 dochters
       Gehuwd te Haarlemmermeer op 18 april 1951 met:
          Jan (Johannes) Pollé
          Arbeider, wonend te Zwanenburg (gem. Haarlemmermeer)
          Geboren in de gemeente Haarlemmerliede op 28 december 1916
       Uit dit huwelijk: 2 zonen.
9. Catharina Antonia (Truus)
       Geboren te Hoorn op 12 mei 1918
       Overleden te Amstelveen op 6 oktober 2000 (82 jr.)
       Gehuwd te Amsterdam op 4 augustus 1948 met:
          Jo (J.H.M.) Diepstraten
          Procuratiehouder bij de ABN-bank te Amstelveen
          Geboren te Breda in 1922
          Overleden te Amstelveen op 5 mei 1999 (77 jr.)
       Uit dit huwelijk: 2 zonen en 1 dochter.
10. Divera Johanna (Vera)
       Geboren te Hoorn op 10 oktober 1921
       Overleden te Amstelveen op 27 januari 1989 (67 jr.)
       Begraven op 1 februari op het RK-kerkhof Buitenveldert
       Gehuwd op 5 mei 1943 met:
          Jos (Joseph Hendricus Maria) de Loor
          Verwarmingsinstallateur in Amsterdam
      Uit dit huwelijk: 5 zonen en 2 dochters.

Johan Koop begon na zijn huwelijk als herbergier in De Witte Valk in Hoogwoud. Dit pand werd voor 3800,- gulden op 15 februari 1900 op een veiling aangekocht uit de boedel van Freek Groot. Voor de inboedel werd 700,- gulden betaald. Volgens de overlevering werd dit alles betaald door Johans vader Jacob Koop (zie X.B.a.).

De Witte Valk was een oude herberg, gelegen aan de Herenweg, en die voor het eerst vermeld wordt in 1630. Rond 1700 was de herberg in handen van Jan Jacobsz Stuijt, die mogelijk de vader was van Griet Jan Stuijts, de vrouw van Elbert Tamesz Coop(i)es (Zie III.C.a.), die waard en herbergier in Spanbroek was.

De herberg werd op 22 december 1906 al weer verkocht en wel voor 4200,- gulden (waarschijnlijk 3600,- voor het pand en 600,- voor de inboedel) aan Arie Breed. Er werd door Johan, of eigenlijk Jacob Koop een verlies op geleden van 300,- gulden. Een zoon van deze Arie Breed verkocht het pand in 1957 aan Jan Ligthart, die het cafe runde tot 1965, toen het gesloopt werd om plaats te maken voor wooncentrum Kaijer. Deze Jan (Johannes Simon) Ligthart (geb. 1918) was familie van Agaath Ligthart, de vrouw van Johans oudste zoon Jan Koop (1905-1997).

(Nadere gegevens volgen te zijner tijd)





Johan Koop, rond 1900





Het gezin van Johan Koop en Maria Vermeulen, rond 1930

- Achterste rij v.l.n.r.: Marie Kapteijn, Johan Koop, Agaath Ligthart, Jan
- Middelste rij v.l.n.r.: Marie Vermeulen, Alie, Jan Stroomer, Gré Honnebier, Joost, Guus
- Voorste rij v.l.n.r.: Marie, Vera, Truus






Het gezin van Johan Koop en Maria Vermeulen, rond 1935

- Achterste rij v.l.n.r.: Guus, Miel, Johan Koop, Marie Vermeulen, Alie,
Jan Stroomer, Toon, Agaath Ligthart, Jan, Marie Kapteijn.
- Voorste rij v.l.n.r.: Vera, Truus, Marie.





Het woon- en bedrijfspand van Johan Koop in Hoorn





XI.B.b. ANTON (Anthonius) KOOP

Manufacturenkoopman te Lutjebroek, van 1910 tot 1922 zoetwarenfabrikant te Hilversum en tenslotte vertegenwoordiger en inspecteur van een bierbrouwerij, wonend te Obbicht (Limburg) en Leidschendam

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 30 juli 1880
Overleden te Leidschendam op 12 maart 1950 (69 jr.)
Begraven op 16 maart op het RK-kerkhof St. Agatha aldaar

Gehuwd te Zwaag op 7 juni 1906 met:
       Dieuwer (Divera) Pinxter
       Dochter van Pieter Pinxter en Hendrika Helena Braun
       Geboren te Zwaag op 16 april 1883
       Overleden na 1950

Uit dit huwelijk geen kinderen.




XI.B.c. JAAP (Jacobus Johannes) KOOP

Manufacturenkoopman te Schagen, zelfstandig winkelier in herenkleding te Beverwijk en tenslotte stillevend te Haarlem

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 26 november 1885
Overleden te Haarlem op 24 maart 1970 (84 jr.)
Begraven op 27 maart op het RK-kerkhof Berkenrode te Heemstede

Ongehuwd.


Jonge jaren

Jaap was het vijfde kind en de derde zoon van Jacob Koop en Marie Besseling, die hun kinderen een goede opvoeding probeerden te geven. Net als zijn broers en zusters had Jaap dan ook piano leren spelen en zelfs Franse les gekregen. In 1904 bleek dat hij zijn vader assisteerde als manufacturenkoopman, wat ook in 1914 nog als zijn beroep werd vermeld. Nadat het gezin in 1908 naar Schagen was verhuisd hielpen zowel Jaap als zijn broer Joost in de manufacturenhandel van hun vader.

Jaap zou nooit trouwen en bleef zodoende bij zijn ouders in huis wonen, ook toen dezen in Beverwijk gingen 'stilleven', zoals men destijds een rustige oude dag noemde. In Beverwijk woonde Jacob Koop met zijn vrouw, hun zoon Jaap en een huishoudster in een huis aan de Zeestraat 7. Jaap nam hier opgewekt deel aan het sociale leven. Zijn ouders konden in 1927 nog hun 50-jarig huwelijksfeest vieren, maar zouden kort daarna, in 1928 resp. 1930, overlijden.




Het 50-jarighuwelijksfeest van Jacob Koop en Marie Besseling in 1927
in de winkel van Jaap Koop (staand geheel links) in Beverwijk
(klik er op voor een vergroting!)

Eigen kledingwinkel

Aanvankelijk werkte Jaap in een herenmodezaak in Alkmaar, maar eenmaal in Beverwijk begon hij een eigen zaak in heren- en jongenskleding. Deze was gevestigd in een groot pand aan de Breestraat 138, op de hoek van de Hobbesteeg. De winkel droeg de naam "Jac. Koop", waarbij Jac. een in die tijd veelvoorkomende afkorting van Jaaps eigenlijke naam Jacob was. Jaap, die als een echte Koop graag goed voor de dag wilde komen, gebruikte ook wel Jacques, de Franse versie van zijn naam. In de begintijd verkocht hij ook kleding op afbetaling, waaronder de zogeheten "Coupe Jacques Koop", broeken met extra wijde pijpen.

Een bediende uit de winkel, Chris Duin, woonde bij Jaap in huis. Aanvankelijk was hun relatie zo goed dat Jaap voornemens was zijn zaak aan hem over te doen, maar op een gegeven moment keken zij elkaar een paar jaar lang niet meer aan. Op een avond kregen zij flinke ruzie met elkaar en dreigde Jaap het hele pand met winkel en woning aan zijn broer Joost te verkopen. Hij voegde toen meteen ook de daad bij het woord en liep naar Joost, die aan de overkant van de Breestraat woonde, en maakte de koop rond.

Joost kocht de kledingzaak waarschijnlijk voor zijn zoon Jacques Koop, die de onderneming succesvol wist voort te zetten en later ook een filiaal opende in de Barteljorisstraat in Haarlem. Later woonde Jacques Koop in het villadorp Aerdenhout. Het lijkt er op dat Chris Duin later voor zichzelf is begonnen, want tot op de dag van vandaag bestaat er een gelijknamige herenmodezaak in Beverwijk.





De Breestraat in Beverwijk, met rechts op nummer 138
de heren- en jongenskledingzaak van Jaap Koop
(Prentbriefkaart, ca. 1955)

Nadat Jaaps neef Jacques Koop de kledingzaak had overgenomen,
werd het winkelpand enkele keren grondig gemoderniseerd,
zoals op de volgende foto's te zien is:



De herenmodezaak Jacques Koop aan de Breestraat in mei 1960
(foto: Beeldbank Noord-Hollands Archief)




De modezaak Jacques Koop in 1967, na modernizering van de
buitengevel en sloop van de naastgelegen panden in 1962
(foto: Beeldbank Noord-Hollands Archief)




De modezaak Jacques Koop aan de Breestraat in april 1973
(foto: Beeldbank Noord-Hollands Archief)




In Beverwijk woonde Jaap in een groot en fraai huis genaamd "De Hollandsche Maagd" in de Breestraat tegenover de Molenstraat, de huidige Zeestraat. Hij woonde daar alleen, wat hij soms wel eens eng vond. Daarom liet hij geregeld zo rond 11 en 12 uur 's avonds surveillerende politieagenten op de koffie komen.

Dit huis heeft hij uiteindelijk goed verkocht aan de plaatselijke R.K. Land- en Tuinbouwbank, die in het pand ernaast zat. De directeur daarvan, De Ruijter Sr., had wel interesse in het pand van Jaap. Zodoende kwam hij met twee anderen bij hem langs en zij betaalden direct de honderdduizend gulden die Jaap vroeg. Dit bedrag werd echter niet contant uitbetaald, maar in de vorm van een lijfrente bij deze bank.

Naar Amsterdam

Jaap verhuisde toen naar de Johannes Verhulststraat in Amsterdam. Als alleenstaande voelde hij zich daar echter tamelijk eenzaam. Na een operatie vertrok hij daar toen rond 1956. Uit Alkmaar kende hij Piet Stokman nog, die in Haarlem een pension had boven de modezaak Kreymborg op de hoek van de Grote Markt en de Barteljorisstraat. Hier kwam hij in de kost wonen op de derde verdieping, die hij met zijn grote meubels zeer fraai inrichtte.

In 1957 leerde Jaap hier de ongeveer 27-jarige Gé Hendrikse kennen, wiens vader in Heemstede een schildersbedrijf had. In de jaren die volgden gingen zij vaak samen naar Amsterdam om langs antiekwinkeltjes gaan op zoek naar aardige koopjes. Ook gingen ze dan langs cafes en bezochten ze het COC, dat in die jaren onder de naam De Schakel een zeer populaire dancing voor homoseksuelen had. Volgens Gé was Jaap in die tijd best een wilde man, wat men op het eerste gezicht niet zou zeggen, gezien zijn toch wat statige voorkomen.




Sociëteit De Schakel van het COC aan
de Korte Leidsedwarsstraat 49 in Amsterdam
(klik op de foto voor een achtergrondreportage)


Jaaps homoseksualiteit, of zoals men toen zei: homofilie, was in de familie algemeen bekend, maar vormde nooit echt een probleem. De familie Koop was van oudsher goed katholiek, maar altijd wel op een relatief tolerante manier. Voor de familie was geslaagd zijn in de maatschappij vaak het belangrijkste criterium, en daar kon Jaap Koop wel aan voldoen. De rest was dan vaak wat minder belangrijk.

Naar Westfriesland

Omdat Jaap zelf geen auto reed, hij was immers al 72, kwam het vaak voor dat hij in de weekeinden met Gé, die een auto had van het schildersbedrijf van zijn vader, naar Westfriesland reed. Met name wilde Jaap naar Medemblik. Daar ging hij dan langs de Nieuwstraat en het "Achterommetje" waar zijn vereerde vader Jacob Koop had gewoond.

Vaak werden ook de broers Schouten bezocht. Dit waren de zonen van Krijn Schouten, die nog bevriend was geweest met Jaaps vader. Deze broers waren rijke landbouwers die een fraai pand aan de Haven van medemblik bewoonden. Als trotse en traditionele boeren moesten zij evenwel weinig van Jaaps jonge vriend Gé hebben, die daarom maar buiten moest wachten als Jaap bij hen op visite was.

Daarnaast ging Jaap Koop ook vaak en graag naar Schagen voor de markten en feesten aldaar en hij hield ook erg van de klederdracht uit die streek. Om die reden liet hij in Beverwijk portretten van zijn (reeds overleden) vader en moeder schilderen, waarbij zijn moeder Maria Besseling werd afgebeeld in Schagense klederdracht, die zij in werkelijkheid echter nooit heeft gedragen. Via Gé Hendrikse zijn deze portretten uiteindelijk terechtgekomen bij Jaaps neef Jacques Koop in Aerdenhout.

Zijn laatste jaren

In 1965 kreeg Jaap echter slaande ruzie met zijn pensionhoudster, waardoor hij binnen een maand uit z'n woning moest vertrekken. Jaap kocht toen een moderne flat aan de Engelandlaan in de Haarlemse nieuwbouwwijk Schalkwijk. Deze flat was niet al te groot, maar met Jaaps grote klassieke meubels toch knus ingericht. Omdat hij al 80 was en dus wel wat ondersteuning kon gebruiken, kwam de toen 35-jarige Gé Hendrikse bij hem inwonen.

Op een gegeven moment kreeg Jaap hier last van een open been, dat maar niet wilde genezen. Zijn huisarts, dr. Pinxter, liet het maar op zijn beloop, totdat zijn broer Joost aandrong op ziekenhuisopname. Toen was het echter snel afgelopen en overleed Jaap Koop op 24 maart 1970, 84 jaar oud. Op 27 maart vond een traditionele katholieke uitvaartmis plaats in de Sint Bavokerk aan de Herenweg in Heemstede, waarna hij werd begraven op het daarachter gelegen kerkhof Berkenrode. Zijn graf kreeg een platte zwartmarmeren steen met daarop alleen zijn naam en zijn geboorte- en sterfdata.

Jaap was aanvankelijk van plan geweest om al zijn bezittingen aan andere mensen na te laten, wat ook gebeurde met enkele huizen die hij nog bezat. Het was echter de notaris, of zijn zaakwaarnemer De Ruijter jr. (die zijn vader was opgevolgd als directeur van de R.K. Land- en Tuinbouwbank te Beverwijk), die Jaap overhaalde om de flat en de hele inboedel na te laten aan Gé Hendrikse, die hem immers tot het laatst toe verzorgd had. Aldus geschiedde. Later verhuisde Gé naar Heemstede, waar het pompeuze oude bankstel van Jaap Koop, voorzien van het wapen van Medemblik, zo'n 30 jaar later nog stond.



XI.B.d. JAN (Johannes Jacobus) KOOP

Metselaar en tegelzetter te Schagen, vanaf ca. 1935 conciërge, stoker en aannemer te Amsterdam

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 2 juni 1889
Overleden te Amsterdam op 7 februari 1974 (84 jr.)

Gehuwd te Schagen op 25 augustus 1920 met:
       Geertje (Geertruida Elisabeth) Post
       Dochter van kleermaker Anthonie Post en Elisabeth J. Kranenburg
       Geboren te Schagen op 20 september 1893
       Overleden te Amsterdam op 6 februari 1972 (78 jr.)

Kinderen uit dit huwelijk:

1. Jacobus Johannes (Jacques)
       Geboren te Schagen op 14 juli 1921 (XII.BB.a.)
2. Anthonie Jozef (Ton)
       Geboren te Schagen op 17 september 1922 (XII.BB.b.)
3. Marie Bets (Rietje)
       Geboren te Schagen op 20 december 1923
       Overleden te Amsterdam op 11 december 1961 (37 jr.)
       Begraven op 15 december op het RK-kerkhof St. Barbara aldaar
4. Bernardus Anthonius (Ben)
       Geboren te Schagen op 15 januari 1927
       Plotseling overleden te Amsterdam op 23 juni 1947 (20 jr.)
       Ongehuwd.
5. Elizabeth Geertruida
       Geboren te Schagen op 26 juli 1928
       In 1950 vertrokken naar Auckland in Nieuw-Zeeland, vervolgens naar Oregon en tenslotte naar Sydney in Australië
       Gehuwd met dhr. Vonk, doch later weer van hem gescheiden.
       Uit dit huwelijk: 1 zoon en 1 dochter.
6. Geertruida Elizabeth
       Geboren te Schagen op 4 januari 1930
       In 1955 vertrokken naar Bromley in Groot Brittanië
7. Jozef Theodorus (Joost)
       Geboren te Schagen op 29 december 1933 (XII.BB.c.)




XI.B.e. AAD (Adrianus Jacobus) KOOP

In 1913 geëmigreerd naar de verenigde Staten van Amerika, aldaar veehouder en vervolgens medewerker bij een vleesverwerkingsbedrijf in de staat Iowa en tenslotte mogelijk gepensioneerd in Californië.

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 26 januari 1891
Overleden te Los Angeles, Californië, op 12 juni 1975 (84 jr.)

Gehuwd (1) te Waterloo, Iowa, op 24 september 1918 met:
       Mary Gaede
       Dochter van Ludwig/Louis Gaede en Emilie/Amanda Bartelt/s
       Geboren in 1883
       Overleden in 1938 (55 jr.)

Gehuwd (2) rond 1940 met:
       N.N.

Uit beide huwelijken geen kinderen.





Aad Koop vóór zijn vertrek naar de VS
(datum en plaats onbekend)



Aad Koop emigreerde in 1913 naar de Verenigde Staten. Op 1 maart van dat jaar scheepte hij zich in Rotterdam als tweede klas passagier in aan boord van het transatlantische schip SS Rotterdam van de Holland-Amerika Lijn (HAL). Dit in 1908 gebouwde stoomschip was van dezelfde generatie als de beroemde Titanic en jarenlang het grootste schip van de Nederlandse koopvaardijvloot.





Na een zeereis van 10 dagen kwam de SS Rotterdam op 10 maart 1913 aan in New York, waar alle emigranten uit Europa vervolgens op Ellis Island geregistreerd werden. Deze registers zijn bewaard gebleven en leveren enkele interessante details op:

Over Aad Koop vermeldt het register dat hij bij aankomst 22 jaar oud was en van beroep slager - mogelijk omdat hij, zoals vele immigranten, in de vleesverwerkingsindustrie aan werk hoopte te komen. Hij was afkomstig uit Schagen en als naaste familielid in het land van herkomst gaf hij zijn broer A(nton) Koop, wonend aan de Gaarderweg in Hilversum, op.




Fragment uit het register van immigranten van Ellis Island, blad 1
Met op regel 3 de gegevens van Aad Koop bij aankomst in de Verenigde Staten
(bron: www.ellisisland.org - klik op de afbeelding voor een vergroting)


Het register vermeldt verder dat Aad Koop als zijn bestemming het plaatsje Princeburg (tegenwoordig geschreven als Prinsburg) in de staat Minnesota had opgegeven. Prinsburg was één van de vele plaatsen in staten als Michigan, Wisconsin, Minnesota en South-Dakota waar zich vanaf het midden van de 19e eeuw talloze immigranten uit Europa vestigden. Prinsburg behoorde tot de plaatsen waar een goed voorzieningenniveau was en dan ook mensen uit vele landen aantrok.

Uit het tweede blad van het register van Ellis Island blijkt dat Aad Koop aangaf dat hij in Prinsburg reeds ene J. Vlaar kende (mogelijk gaat het hierbij om Jan Vlaar, die in 1905 op 20-jarige leeftijd als boer vanuit Andijk in New York aankwam en van plan was naar Westphal in Ontario te gaan). Er staat ook dat Aad zijn overtocht zelf betaald had en in het bezit was van 60,- US Dollar aan contant geld. Voorts was hij 5 feet en 4 inches (oftewel ongeveer 1,62 meter) lang en had hij blond haar en grijze ogen.




Fragment uit het register van immigranten van Ellis Island, blad 2
Met op regel 3 de gegevens van Aad Koop bij aankomst in de Verenigde Staten
(bron: www.ellisisland.org - klik op de afbeelding voor een vergroting)


Nadere details over het leven van Aad Koop zijn in mei 2016 aan het licht gebracht door Barend Bode uit Giessenburg. Een voor het onderzoek belangrijke ontdekking was dat Aad al vrij snel zijn naam veramerikaniseerd heeft en zich Art J. Koop noemde. De uitspraak van Art komt dicht in de buurt van Aad, hoewel Art eigenlijk de verkorte vorm van Arthur is, en Aad's officiële naam Adrianus was.

Blijkens de gegevens van de Iowa State Census, een volkstelling die destijds regelmatig op staats- en federaal niveau gehouden werd, woonde "Arthur Koop" in 1915 in Sumner, een plattelandsgebied in Bremer County in het noordoosten van de staat Iowa. Hij was 1 jaar woonachtig in deze staat, dus het is mogelijk dat hij tevoren in bijvoorbeeld Prinsburg in Minnesota heeft gewoond.

Uit de Censusgegevens blijkt voorts dat hij toen 23 en nog ongetrouwd was. Hij had 8 jaar lager en 4 jaar middelbaar onderwijs gevolgd. Van beroep was hij farmhand, hulp op een boerderij, waar hij in het jaar 1914 200 US Dollar mee verdiend had. Hij had geen huis in eigendom en als zijn godsdienst werd katholiek vermeld.*




Kaart van Bremer County met de verschillende Townships, 1930
(klik voor een vergroting)


Eerste huwelijk

Aad Koop trouwde op 24 september 1918 in Waterloo, Black Hawk County, Iowa, met Mary Gaede. Aad was 27 jaar en zijn vrouw werd op dezelfde leeftijd geschat, maar was in werkelijkheid al 35, een opmerkelijk leeftijdsverschil.*

Mary was de dochter van Ludwig Gaede (1853-1931) en Emilie Bartelt/s (1856-1934). Ludwig Gaede, die zich in de VS Louis noemde, was een immigrant uit Mecklenburg in Duitsland en een van de pioneer residents van het eveneens in Bremer County gelegen Dayton Township.*

Na zijn huwelijk verhuisde Art Koop kennelijk ook naar Dayton, waar hij bij de United States Census van 1920 geregistreerd werd onder zijn officiële naam "Adrianes J. Koop", zijnde 28 jaar oud en getrouwd met de 30-jarige Mary.* Ook hier wordt zijn vrouw dus weer met een lagere leeftijd vermeld.

Blijkens de Iowa State Census van 1925 woonden Art en zijn vrouw in Franklin of Polk, en volgens de Unites States Census van 1930 in Fremont, wat Townships (plattelandsgebieden) van Bremer County waren. In 1930 werd vermeld dat hij melkveehouder was, in een gehuurd huis op een farm woonde en geen radiotoestel had.

Volgens de overlevering is Mary in een psychiatrische inrichting terechtgekomen en bleef het huwelijk kinderloos. Ze overleed in 1938 op 55-jarige leeftijd. De fraaie grafsteen van "Mary L. Koop" was in 2009 nog aanwezig op de begraafplaats Fremont Cemetery nabij Tripoli in Bremer County:




Grafsteen van Mary L. Koop (1883-1938)
(bron: findagrave.com)


Uit de gegevens van Barend Bode is gebleken dat Aad Koop zich op 27 april 1942 liet registeren ten behoeve van de militaire dienst, iets dat na de aanval op Pearl Harbor in december 1941 verplicht was gesteld voor alle mannen tussen 18 en 65 jaar. Uit het registratieformulier blijkt dat "Art Jacob Koop" toen 50 jaar oud was en woonde op 1343 Longfellow Avenue in Waterloo. Dit is een wat grotere stad die ten zuiden van Bremer County ligt, waar Art Koop eerst woonde.

Gezien zijn leeftijd en buitenlandse nationaliteit zal hij geen actieve militaire dienst hebben verricht. Uit het formulier blijkt ook dat Aad inmiddels weer hertrouwd was, maar de naam van zijn tweede vrouw is niet bekend. Volgens de overlevering zou ook dit huwelijk kinderloos zijn gebleven. Mogelijk overleed zij ergens rond 1950, waarna Aad de gelegenheid had om in 1954 zijn familie in Nederland te bezoeken.




Dienstplichtformulier van Art Koop, 27 april 1942
met zijn eigenhandige handtekening

(klik ter vergroting)


De Rath Packing Company

Het dienstplichtformulier uit 1942 vermeld ook de werkgever van Art Koop: de Rath Packing Company, oftewel Rath's, destijds een van de grootste Amerikaanse vleesverwerkingsbedrijven waar enorme aantallen vee geslacht en tot al dan niet geconserveerde vleesproducten verwerkt werden. Rath's was in het geboortejaar van Aad Koop, 1891, opgericht door een immigrant uit Duitsland.

In de vleesverwerkingsindustrie waren de arbeidsomstandigheden vanoudsher erg slecht en werden immigranten aangetrokken om stakingen te breken. Ook bij de Rath Packing Company was regelmatig arbeidsonrust, met als dieptepunt een staking in 1948 waarbij een vakbondslid om het leven kwam en de Iowa National Guard eraan te pas kwam om de orde te herstellen.




Het complex van de Rath Packing Company in Waterloo, Iowa, ca. 1935

Uitgebreide geschiedenis van Rath's: Bringin' Home the Bacon (pdf)


Dat Aad Koop bij Rath's blijkt te hebben gewerkt komt grofweg overeen met de overlevering in de familie volgens welke hij directeur van een vleesfabriek in Chicago zou zijn geworden. Directeur van de Rath Packing Company was hij dan wel niet, maar het is goed mogelijk dat hij daar een wat betere functie had. Hij zou het redelijk goed gehad hebben, iets waar de onderstaande foto ook op lijkt te wijzen:




Aad Koop in de Verenigde Staten
(datum en plaats onbekend)


Even terug in Nederland

Na de Tweede Wereldoorlog is Aad Koop in elk geval eenmaal, namelijk in 1954, uit Amerika overgekomen. Hij was toen 63 en heeft onder andere een bezoek gebracht aan zijn zuster To en haar man Niek Snaas in Schagen, met wie hij het beste contact onderhield. Via het gezin Snaas zijn dan ook de hier afgebeelde foto's van Aad bewaard gebleven.

Typerend voor de mentaliteit in de familie Koop is de volgende anekdote: toen Aad vanuit de VS aankwam op het treinstation van Schagen vroeg hij daar de weg naar het huis van het gezin Snaas-Koop. Nadat hem dit verteld was, vroeg hij meteen: "zijn ze rijk?"




Aad Koop (tweede van links) op bezoek bij het
gezin van To en Niek Snaas in Schagen, 1954



Blijkens de Amerikaanse douaneregisters voer "Art J. Koop" terug naar de Verenigde Staten met het toen net nieuwe Nederlandse passagiersschip SS Rijndam. Hij vertrok op 9 juli vanuit Rotterdam, reisde in de toeristenklasse en kwam op 19 juli 1954 weer in New York aan.*

Laatste jaren

Hoe het Art Koop daarna is vergaan is vooralsnog onbekend. Wel is in mei 2016 bekend geworden dat "Art J. Koop" uiteindelijk pas op 12 juni 1975 in Los Angeles overleed, op de respectabele leeftijd van 84 jaar. Over de doodsoorzaak is niets bekend en ook werden geen naaste verwanten vermeld.*

Of Art Koop ook nog een tijdje in Los Angeles zelf heeft gewoond is evenmin bekend, maar het is goed denkbaar dat hij na zijn pensionering naar het zonnigere Californië is verhuisd. Bij zijn familie in Nederland was dit tot nu toe onbekend, dus kennelijk is na zijn overtocht het contact met hen verloren gegaan.




Los Angeles in de jaren '70
(klik ter vergroting)




XI.B.f. JOOST (Jozef Theodorus) KOOP

Manufacturenkoopman te Schagen en mede-eigenaar van een drankengroothandel te Beverwijk

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 14 februari 1892
Overleden te Beverwijk? op 8 augustus 1987 (95 jr.)
Begraven op de RK begraafplaats Duinrust in Beverwijk

Gehuwd te Schagen op 14 mei 1918 met:
       Jopie (Johanna Catharina Maria) Ranke
       Geboren te Schagen op 19 juni 1892
       Overleden te Beverwijk? op 21 juli 1975 (83 jr.)
       Begraven op de RK begraafplaats Duinrust in Beverwijk

Kinderen uit dit huwelijk:

1. Maria Johanna (Mies)
       Geboren ca. 1920
       Gehuwd met:
          Henk (P.H.) Kochx
       Wonend te Uitgeest (in 1977) en te Beverwijk (in 2002)
2. Jan Jacobus (Jan)
       Geboren te Beverwijk op 23 oktober 1920 (XII.BC.a.)
3. Catharina Maria (Ineke)
       Gehuwd met:
          Jan (J.W.) Groot
       In 1977 wonend te Beverwijk
       Uit dit huwelijk: 2 zonen en 3 dochters.
4. Josina Maria Christina (Jos)
       Geboren ca. 1923
       Overleden te Beverwijk op 17 december 1985 (62 jr.)
       Begraven op 21 december op begraafplaats Duinrust aldaar
       Gehuwd met:
          A.C.M. de Wolf
       Wonend te Beverwijk
       Uit dit huwelijk: 3 kinderen.
5. Jacobus Johannes Anthonius (Jacques)
       Geboren op 28 maart 1925 (XII.BC.b.)





Grafsteen van Jopie Ranke en Joost Koop
op de RK begraafplaats Duinrust in Beverwijk

(bron: Grafstenenproject Noord-Holland)



© september 2004 / 2016