Het wapen van de Westfriese familie Koop
- Beginpagina
 
- Stamreeks
- Stamboom:
- Generatie 0
- Generatie I
- Generatie II
- Generatie III
- Generatie IV
- Generatie V
- Generatie VI
- Generatie VII
- Generatie VIII
- Generatie IX
- Generatie X
- Generatie XI
- Huidige generaties
 
- Familienaam
- Familiewapen
- Achtergronden
- Andere families
- Links
 
- Gastenboek
 



- Enkele HISTORISCHE ACHTERGRONDEN -



- WOONPLAATSEN -

De familie Koop is oorspronkelijk afkomstig uit het dorp Spanbroek in het oostelijk deel van Westfriesland. Vervolgens waren leden van deze familie ook woonachtig in onder meer de dorpen Wognum, Binnenwijzend, Westwoud, Oosterblokker, Wervershoof en Hoog- en Laag Zwaagdijk, alsmede de steden Medemblik en Hoorn. De ligging en de grenzen van deze dorpen en steden zijn goed te zien op deze kaart:




De dorpsgrenzen in het oostelijk deel van Westfriesland vóór 1812
(zie ook de interactieve versie op www.westfriesarchief.nl)


Zie voor meer achtergrondinformatie: Westfriese plattelandssteden op de website van het Westfries Archief.


- BRONNEN -

Sinds 1811 worden van elke Nederlander geboorte, huwelijk en overlijden vastgelegd in de aktes van de Burgerlijke Stand. Vóór dat jaar kan men deze gegevens, zij het veel beknopter, vinden in de registers waarin pastoors of dominees Dopen, Trouwen en Begrafenissen optekenden. Deze zgn. DTB-registers gaan meestal terug tot het midden van de 17e eeuw.

Leveren bovengenoemde bronnen het raamwerk van namen en data, voor nadere achtergronden is men aangewezen op notariële aktes, de archieven van rechtbanken en belastingregisters e.d. Bovendien gaan deze bronnen vaak verder terug in de tijd dan de DTB-registers, maar omdat men er doorgaans geen geboorte- of overlijdensdata e.d. in vindt, moeten die geschat worden (zoals in de stamboom ook te zien is).


- GODSDIENST -

Voor zover bekend waren alle leden van de familie Koop Rooms-Katholiek. Alszodanig werden zij tot aan de Franse tijd (1795) door de officieel protestantse overheid gediscrimineerd: Katholieken mochten in principe geen openbare ambten bekleden en schuilkerken werden slechts tegen betaling van steekpenningen (vaak wel 500 gulden per jaar) gedoogd. Als gevolg hiervan waren bijv. onderwijzers, notarissen en bestuurders protestant en mocht er alleen bij of in protestantse kerken begraven worden.


- KOOPKRACHT -

In de 17e en 18e eeuw bedroeg het jaarinkomen van een boer gemiddeld ongeveer 300 gulden, het loon van een arbeider lag op ca. 150 gulden per jaar. Een 12-ponds(rogge)brood koste gemiddeld 7 stuivers. De inflatie bleef gedurende de 17e en 18e eeuw, afgezien van enkele duurtejaren waarin de prijzen tijdelijk sterk stegen, zeer gering. Een koe kostte zo'n 50 tot 80 gulden, een jonge koe (vaars) rond de 40 gulden. Wat de grondprijzen betreft kon 1 morgen in de eerste helft van de 17e eeuw soms nog wel tot 1000 gulden kosten, maar nadien lag de prijs tot aan het eind van 18e eeuw gemiddeld op zo'n 270 gulden per morgen.


- MUNTEENHEDEN -

Tot 1810 rekende men in guldens, stuivers en penningen, waarbij 12 penningen in één stuiver en 20 stuivers in één gulden gingen. Een bedrag van bijv. 5 gulden, 13 stuivers en 10 penningen werd geschreven als fl. 5,13,10.
Tijdens het "Koningrijk Holland" en de Franse bezetting (1810-1813) werd de gulden vervangen door de franc. Na het herstel van onze onafhankelijkheid werd in 1814 de gulden weer ingevoerd, maar nu volgens het decimale stelsel verdeeld in 100 centen.
Vanaf 2002 is de gulden vervangen door de euro, waarbij 1 gulden = 0,45378 euro.


- NAMEN -

Sinds 1811 heeft elke Nederlander twee soorten namen: één of meer voornamen en één achternaam (familienaam). Vóór die tijd was eenzelfde erfelijke achternaam voor een hele familie lang niet zo vanzelfsprekend als dat het nu is. In Noord-Holland waren het aanvankelijk alleen de notabelen die in de 16e eeuw een erfelijke familienaam gingen voeren, waarin in allengs door steeds meer mensen werden nagevolgd. Zo'n familienaam was tot 1811 niet verplicht, zodat sommigen er helemaal geen hadden en het ook wel voorkwam dat men een andere naam aannam.

Wat wel iedereen had was een zgn. patroniem. Dat is een soort naam die aangeeft wie iemands vader was. Als bijvoorbeeld Jan de zoon van Pieter was, dan voerde hij achter zijn voornaam Jan het patroniem Pieterszoon, wat bijna altijd werd afgekort tot Pietersz. Men had vroeger dus altijd een voornaam en een patroniem, waarachter geleidelijk aan steeds meer mensen dan nog een familienaam voerden. Dit bleef zo totdat in 1811 een familienaam verplicht werd en daarmee het patroniem verdween.


- OPPERVLAKTEMATEN -

In West-Friesland was de belangrijkste oppervlaktemaat de morgen, die bestond uit 600 vierkante roeden, wat overeenkomt met ca. 0,877 hectare, oftewel ruim 93 x 93 meter. Eén roede was ca. 3,8 meter lang, zodat 1 vierkante roede overeenkomt met zo'n 14,5 m2.


- SPELLING -

De officiële standaardspelling zoals wij die nu kennen dateert pas uit de 19e eeuw. Vóór die tijd spelde men de woorden volgens de plaatselijke gewoonte, waarbij veelvuldige afwijkingen voorkwamen. Dit verschijnsel valt vooral op bij de spelling van namen. Zo begon de naam Koop aanvankelijk meestal met een C en kwamen in het begin van de 17e eeuw naast elkaar de varianten Coop, Coopes, Copes, Coopis, Copis en zelfs Coopies voor! In de 18e eeuw werden de C en de K nog door elkaar gebruikt, maar sinds de invoering van de Burgerlijke Stand in 1811 wordt Koop definitief met een K geschreven.


- TIJDREKENING -

Waar gesproken wordt van de 17e eeuw, worden de jaren 1601 t/m 1700 bedoeld en betreft de 18e eeuw dus de jaren 1701 t/m 1800, enzovoort. Dit komt omdat de 1e eeuw de jaren 1 t/m 100 omvatte.



© juli 2004