- GENERATIE VII -



- Politiek maakte deze generatie de vlucht van stadhouder Willem V mee, de oprichting van de Bataafse republiek (1796), het koningrijk Holland (1806), de inlijving bij Frankrijk (1810) en vervolgens het herstel van onze onafhankelijkheid (1813) met de oprichting van het Koninkrijk der Nederlanden onder koning Willem I.

- Economisch hadden deze politieke gebeurtenissen ons land in een desolate toestand achtergelaten; de landbouw maakte in de jaren daarna een diepe depressie door, die pas na 1850 verbeterde. Vele mensen verarmden en de bevolkingsomvang daalde.



Snel naar: Klaas Koop - Jan Koop



- Tak B -


VII.B.a.
KLAAS KOOP (1758-1832)

Landman te Onderdijk in Hoog- en Laag-Zwaagdijk (lees meer).

Zoon van Cornelis Claasz Coop en Trijn Sijmens
Gedoopt te Wervershoof op 1 februari 1758
Overleden te Zwaag op 15 april 1832 (74 jr.)

Gehuwd (1) te Wervershoof op 18 januari 1789 met:
Marijtje Klaas Hessen
Dochter van Claas Meijndersz Hessen en Dieuwertje Pieters
Geboren te Onderdijk op 4 november 1762
Begraven te Wervershoof op 4 mei 1797 (34 jr.)

Gehuwd (2) te Wervershoof op 26 januari 1798 met:
Femmetje Jans
Weduwe van het Keern in Medemblik
Geboren in Kuinre (of Zwolle) ca. 1754
Overleden te Zwaag op 24 oktober 1832 (78 jr.)

Kinderen uit het eerste huwelijk:

1. Krelis Koop
Geboren te Onderdijk
Gedoopt te Wervershoof op 17 mei 1790
Begraven aldaar op 2 augustus 1790 (3 mnd.)

2. Dieuwertje Koop
Geboren te Onderdijk
Gedoopt te Wervershoof op 10 juli 1792
Overleden te Andijk op 11 mei 1857 (64 jr.)
Gehuwd te Zwaag op 5 mei 1811 met:
Meijndert Jacobsz Boon
Land/bouwman te Andijk
Zoon van Jacob Meinderts Boon en Marijtje Cornelis Bulloper
Geboren te Andijk op 14 juli 1784
Overleden aldaar op 24 juni 1847 (62 jr.)
Uit dit huwelijk: 4 zonen en 3 dochters.

3. Trijntje Koop
Geboren te Onderdijk
Gedoopt te Wervershoof op 31 januari 1795
Begraven aldaar op 27 maart 1797 (2 jr.)

4. Elisabeth (Lijsbeth) Koop
Geboren te Hoog en Laag Zwaagdijk op 6 november 1796
Overleden te Zwaag op 25 januari 1863 (66 jr.)
Gehuwd te Zwaag op 3 december 1817 met:
Simon (Pietersz) Bakker
Landman aan de Lagedijk
Zoon van Pieter Corn. Bakker en Trijntje Sijmens Vriend
Geboren te Hoog en Laag Zwaagdijk op 14 oktober 1797
Overleden te Wervershoof op 15 april 1880 (82 jr.)
Uit dit huwelijk: 8 kinderen

Uit het tweede huwelijk: een in 1814 doodgeboren kind


De huwelijken van Klaas Koop

Klaas Koop werd geboren en leefde te Onderdijk (Hoog- en Laag-Zwaagdijk) en was waarschijnlijk zijn hele leven landman, dat wil zeggen een zelfstandige boer.

Op 3 januari 1789 ging hij in ondertrouw met Marijtje Klaas Hessen, dezelfde dag als dat zijn zuster Antje in ondertrouw ging met Freek Pietersz Potter. Op 18 januari trad Klaas Koop vervolgens met haar in het huwelijk. Marijtje Klaas Hessen overleed echter al in mei 1797, slechts 34 jaar oud.

Klaas Koop hertrouwde toen op 26 januari 1798 met Femmetje Jans. Volgens het register van de huwelijksbelasting van Wervershoof was zij weduwe en geboren "in de Kuijnder in Friesland".* Kuinder is de oude naam van wat tegenwoordig Kuinre heet, een dorp in het uiterste noordoosten van de huidige provincie Overijssel, vlak tegen Friesland aan.

In de akte van haar overlijden op 24 oktober 1832 staat echter dat Femmetje Jans geboren was "te Zwol in de provintie Overijssel" en dat ze ruim 78 jaar was geworden.* Zwolle ligt echter een flink stuk zuidelijker dan Kuinre, maar wellicht dat haar nabestaanden haar geboorteplaats niet meer precies wisten.

De nalatenschap van Klaas Koop

Klaas Koop had op 15 maart 1813 zijn testament gemaakt bij notaris Nicolaas Carbasius in Hoorn. Hij overleed te Zwaag op 15 april 1832 in de leeftijd van 74 jaar.

Bij zijn overlijden liet hij een huis met erf, diverse stukken land, vee en enkele vorderingen ter waarde van in totaal ƒ 12.189,10 na. Na aftrek van enkele schulden ter grootte van ƒ 250,20 kwam het saldo van zijn nalatenschap uit op ƒ 11.938,90. Naast zijn weduwe Femmetje Jans, waren zijn dochters Dieuwertje en Lijsbeth zijn enige erfgenamen.*

Uit de aangifte voor de successiebelasting blijkt dat de inboedel een waarde had van 1393 gulden, er gemaakt zilverwerk ter waarde van 36 gulden was en levend vee voor 1950 gulden. Aan contant geld liet Klaas Koop 29,40 gulden na en hij had nog voor 1400 gulden vorderingen op o.a. zijn broer Jan Koop.*

Onder de weilanden die hij bezat waren er twee die grensden aan land van zijn broer Jan Koop. Het eerste was een stuk grasland ter waarde van 500 gulden dat Teunis Zwart ten Zuiden en Jan Koop ten Noorden belendde en het tweede was eveneens een stuk grasland, ditmaal genaamd de Kapelannij ter grootte van 3 bunders en 79 roeden, hetgeen de Arientogtsloot ten Zuiden en Jan Koop en Pieter Westerman ten Noorden belendde. Het is goed mogelijk dat deze beide stukken land stammen uit de erfenis van zijn vader Cornelis Claasz Coop.





VII.B.b.
JAN Cornelisz KOOP (1769-1852)

Landman te Onderdijk en aan de Hoogendijk (Hoog- en Laag-Zwaagdijk), van 1810 t/m 1811 maire en in 1812 adjoint-maire van Zwaag (lees meer).

Zoon van Cornelis Claasz Coop en Trijn Sijmens
Geboren te Onderdijk
Gedoopt (RK) te Wervershoof op 27 december 1769
Overleden te Hoog en Laag Zwaagdijk op 21 maart 1852 (82 jr.)
Begraven op 26 maart op het RK-kerkhof te Wervershoof

Gehuwd (1) te Wervershoof op 31 januari 1796 met:
Lijsbeth Jacobs Schoenmaker
Dochter van Jacob Pietersz Schoenmaker en Trijntje Pieters Breeuwer
Geboren te Hoog en Laag Zwaagdijk
Gedoopt te Wervershoof op 22 september 1769
Overleden te Hoog en Laag Zwaagdijk op 19 januari 1829 (59 jr.)

Gehuwd (2) te Zwaag op 4 mei 1832 met:
Antje Mulder
Weduwe van Jacob Bijvoet uit de Heerhugowaard
Dochter van Jan Sijmonsz en Maartje Pieters uit de Goorn
Gedoopt te Berkhout op 14 oktober 1773
Overleden te Wervershoof op 6 september 1857 (83 jr.)

Kinderen uit het eerste huwelijk:

1. Jacob Koop
Geboren te Onderdijk
Gedoopt te Wervershoof op 11 juni 1797
Begraven aldaar op 12 augustus 1797 (2 mnd.)

2. Trijntje Koop
Geboren te Onderdijk
Gedoopt te Wervershoof op 18 januari 1799
Overleden te Zwaag op 28 november 1816 (17 jr.)

3. Marijtje Koop
Geboren te Onderdijk
Gedoopt te Wervershoof op 30 januari 1801
Ongehuwd inwonend bij haar ouders
Overleden te Zwaag op 14 okt. 1829 (28 jr.)

4. Jacob Koop
Gedoopt te Wervershoof op 26 januari 1803
(Zie verder VIII.B.a.)

5. Cornelis Koop
Gedoopt te Wervershoof op 24 december 1804
Overleden aldaar op 21 mei 1806 (1 jr.)

6. Cornelis Koop
Gedoopt te Wervershoof op 30 april 1807
Overleden aldaar op 9 april 1809 (2 jr.)

7. Cornelis Koop
Geboren te Zwaag op 22 februari 1812
(Zie verder VIII.B.b.)


Vrouw en kinderen

Jan Cornelisz Koop trouwde op 31 januari 1769 met Lijsbeth Jacobs Schoenmaker. Zij was de oudste dochter van Jacob Pietersz Schoenmaker die landbouwer was aan de Lagedijk te Wervershoof, waar haar voorouders al sinds de eerste helft van de 17e eeuw woonden.

Jan en Lijsbeth kregen 7 kinderen. Drie zoontjes werden echter niet ouder dan 2 jaar, twee dochters werden slechts 17, resp. 28 jaar oud. Het eerste zoontje werd in 1797 bij, de twee andere in 1806 en 1809 nog in de protestantse kerk van Wervershoof begraven. Enkele jaren later zou dit eeuwenoude gebruik van begraven in de kerk door de Franse overheid verboden worden.

Op 30 januari 1812, één maand voordat haar laatste kind geboren zou worden, maakte Lijsbeth haar testament bij notaris Nicolaas Carbasius in Wervershoof. Daarin benoemde zij haar man tot erfgenaam van 1/4 en drie van haar in leven zijnde kinderen voor 3/4, terwijl haar man ook nog een vruchtgebruik ter grootte van 1/4 van de nalatenschap zou krijgen.

Lijsbeth Jacobs Schoenmaker overleed op 19 januari 1829 op 59-jarige leeftijd, in het huis met nummer 34 in Hoog- en Laag-Zwaagdijk. Jan Koop hertrouwde ruim drie jaar later, op 4 mei 1832, met Antje Mulder, weduwe van Jacob Bijvoet uit de Heerhugowaard.



Handtekening van Jan Koop

Bezittingen

Aanvankelijk was er over de bezittingen en het vermogen van Jan Koop niets bekend. Omdat de algehele economische situatie in die tijd niet erg florissant was, was het vermoeden dat ook hij niet bijzonder vermogend was.

Uit de memories van successie van Jan Koop en zijn eerste vrouw bleek echter dat hij behoorlijk vermogend is geweest en een aanzienlijk areaal land had. Bij zijn overlijden op 21 maart 1852 had zijn totale bezit een waarde van maar liefst 31.112 gulden. Daar stonden leningen e.d. ter waarde van 12.773 gulden tegenover, zodat het saldo van zijn nalatenschap uitkwam op 18.338 gulden.*

Volgens de belastingaangifte van 15 juli 1829 naar aanleiding van het overlijden van zijn eerste vrouw Lijsbeth Schoenmaker was zij in gemeenschap van goederen gehuwd. Deze omvatte 2 huizen, 10 percelen weiland, 4 percelen akkerland en 1 houtbosje, met een totale oppervlakte van ruim 21 hectare.* Deze 21 hectare, of bunders zoals men toen zei, komt overeen met 210.000 vierkante meter. Ter vergelijking: tegenwoordig hebben boerenbedrijven een omvang van zo'n 100 hectare.

Het eerste van de 2 huizen, nr. 34, bewoonde zij zelf en was gelegen tussen Gerrit Brouwer en het perceel met het tweede huis, dat waarschijnlijk verhuurd werd. Twee percelen grasland grensden aan land van Jans broer Klaas Koop en zijn daarom mogelijk afkomstig uit de erfenis van hun vader Cornelis Claasz Coop(man).

Omdat bij Lijsbeth Schoenmaker haar kinderen als erfgenamen optraden was haar nalatenschap vrijgesteld van belasting. Daarom bevatte de aangifte alleen een opsomming van de onroerende goederen zonder de waarde daarvan. Als erfgenamen treden op Jan Koop, de nog minderjarige Cornelis, de bij haar vader inwonende dochter Marijtje en tenslotte hun 26-jarige zoon Jacob.


Burgemeester van Zwaag

Bij het overlijden van Lijsbeth Schoenmaker in 1829 werd opgegeven dat het beroep van Jan Koop "boer en bouwerij" was. Zijn huis en landerijen lagen in Hoog- en Laag-Zwaagdijk, dat tot 1795 onder het rechtsgebied van de stad Medemblik viel, vervolgens bij Wervershoof hoorde en kort zelfstandig was.

Nadat Nederland op 9 juli 1810 bij het Franse keizerrijk van Napoleon was ingelijfd werd bij keizerlijk decreet bepaald dat Hoog- en Laag-Zwaagdijk met ingang van 1 januari 1812 samen met Zwaag één gemeente ging vormen, ondanks dat beide plaatsen niet aan elkaar grensden. Pas in 1876 werd Hoog- en Laag-Zwaagdijk weer van Zwaag afgescheiden en aan de aangrenzende gemeente Wervershoof toegevoegd.

In Zwaag was er sinds 1795 een gekozen gemeentebestuur, destijds municipaliteit genoemd, waarin echter dezelfde personen zaten als voorheen in de vroedschap. Het dagelijks bestuur werd gevormd door een burgemeester (maire) en twee vredemakers. Na de samenvoeging kreeg Hoog- en Laag-Zwaagdijk waarschijnlijk een eigen adjoint-maire, oftewel een mede- of onderburgemeester.



Gedeelte uit een historisch artikel in de
Medemblikker Courant van 25 oktober 1913


Jan Koop werd al meteen in 1810 de nieuwe maire van Zwaag en alszodanig ondertekende hij op 5 mei 1811 de eerste huwelijksakte van die gemeente met "Jan Koop, maire". Per 1 augustus 1811 werd hij als maire van Zwaag opgevolgd door Pieter Slagter en werd Willem Edel adjoint-maire.*

Zij bleven echter niet lang in functie, want al op 19 december 1811 promoveerde de prefect van het departement der Zuiderzee Willem Edel tot maire en werd "Jan Koops" de adjoint-maire.* Samen met de municipale raden legde hij vervolgens op 31 december in het gemeentehuis van Zwaag de eed af in handen van maire Willem Edel.

In 1812 werd Jan Koop vermeld als "landman benevens adjoint maire van de mairie Zwaag" en op 16 oktober van dat jaar schreef hij vanuit die laatstgenoemde functie een eigenhandige brief aan de maire van Zwaag over het houden van een vergadering van de municipale raden.*



Eind en ondertekening van een brief van Jan Koop
aan de maire van Zwaag, 16 oktober 1812
(klik ter vergroting)

Mogelijk was Jan Koop ook na 1812 nog assessor, oftewel wethouder, van de gemeente Zwaag.*

In de Westfriese dorpen was het burgemeesterschap vanouds een erebaantje voor een redelijk vermogende boer. Wel moest die sinds medio 17e eeuw lid zijn van de gereformeerde kerk, waardoor leden van de katholieke familie Coop er niet meer voor in aanmerking kwamen.

Na de Franse inval in Nederland in 1795 werd de scheiding van kerk en staat ingevoerd en mochten ook katholieken weer overheidsfuncties bekleden. Hierdoor kon Jan Koop, voor het eerst sinds zijn voorvader Dirck Jansz Coop in het begin van 17e eeuw, weer een openbaar ambt bekleden.


Proces over de tiendrechten

In zijn laatste jaren procedeerde Jan Koop nog tegen de gemeente Medemblik vanwege de zogeheten tiendrechten, een belasting van 10% op grondopbrengst die nog uit de middeleeuwen stamde.

Van 1604 tot 1668 had Medemblik de tiendrechten op de Bucxweeren en de Gorreweeren in Hoog- en Laag-Zwaagdijk gepacht van de Staten van Holland en West-Friesland, waarna de stad ze in 1668 op een veiling van de Staten had gekocht.

Mede omdat niet goed duidelijk was op welke percelen deze tiendrechten betrekking hadden, kwamen Jan Koop en andere bewoners van Hoog- en Laag-Zwaagdijk er in 1848, 1849, 1850 en 1851 tegen in verzet door een rechtszaak aan te spannen.*

In eerste instantie verloor Jan Koop dit proces, waarna hij in hoger beroep ging, maar later trok hij dat weer in.* Van 1896 t/m 1901 liepen er hierover nog twee processen tegen Medemblik, waarvan de stad er een won en een verloor. Uiteindelijk werden alle tiendrechten per 1 januari 1909 bij wet afgeschaft.


Overlijden en nalatenschap

Jan Koop overleed op 21 maart 1852 in zijn huis te Hoog- en Laag-Zwaagdijk, op de leeftijd van 82 jaar en 85 dagen. Aan zijn dood gingen vermoedelijk meerdere ziektes vooraf, want uit de successie-aangifte wordt als schuld vermeld: "Aan den Heer Nuyens, chirurgijn te Wervershoof wegens de kosten der behandeling gedurende de laatste ziekte": 58,30 gulden.

Uit deze aangifte blijkt voorts dat voor de uitvaart, "aan doodsschulden, begraveniskosten, Kerkelijke diensten en dergelijken" 301,60 gulden betaald was. Als we dit bedrag vergelijken met de 127,75 die nog verschuldigd waren aan de twee personeelsleden van Jan Koop, dan moet het een behoorlijk uitgebreide begrafenis met waarschijnlijk vele gedachtenismissen e.d. geweest zijn.


Bidprentje

Ook zijn van dat bedrag bidprentjes gedrukt, waarvan tenminste twee exemplaren bewaard zijn gebleven. Uit de tekst daarvan blijkt niet alleen dat Jan Koop op 26 maart begraven werd op het RK-kerkhof van Wervershoof, ook staan er, zoals gebruikelijk, twee bijbelcitaten op. De eerste luidt "Hij deed zijnen vriend goed voor zijnen dood. Hij bood ook den behoeftige de behulpzame hand, en verzorgde hem naar zijn vermogen (Eccl. XIV.13.)", de tweede "Zalig zijn de Barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid verwerven (Matth. V.7.)".

Zulke citaten werden gekozen uit een boek met standdaardteksten en kennelijk werden de bovenstaande op Jan Koop van toepassing geacht. In elk geval had hij de middelen om gul te zijn. Een concrete aanwijzing daarvoor kan gevonden worden in het bedrag van 1258,21 gulden voor polderlasten en proceskosten inzake de tiendrechten, dat hij volgens de successie-aangifte aan diverse personen had voorgeschoten.



Het bidprentje voor Jan Cornelisz Koop
(klik voor een vergroting)




Vervolg: Generatie VIII



P.J.F. Koop © juli 2004


.