- GENERATIE XI -



Deze generatie leefde ten tijde van koningin Wilhemina en maakte de zowel de mobilisatie voor de Eerste Wereldoorlog als de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog mee.
Tussendoor leidde de economische crisis van 1929 tot massale werkloosheid. Desondanks steeg het aantal inwoners van Nederland van 6 miljoen in 1914 naar 9 miljoen in 1939.



Snel naar: Johan Koop - Anton Koop - Jaap Koop - Jan Koop - Aad Koop - Joost Koop



- Tak B -


XI.B.a. JOHAN J. (Johannes) KOOP

Manufacturenkoopman en caféhouder te Hoogwoud, vanaf 1909 sleper en transporteur te Hoorn en sinds 1939 stillevend te Amsterdam (lees meer).

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 21 september 1878
Overleden te Amsterdam op 25 april 1952 (73 jr.)
Begraven aldaar op 29 april op het RK-kerkhof Buitenveldert.

Gehuwd te Medemblik op 25 april 1900 met:
Maria Alida Vermeulen
Dochter van Johan Vermeulen en Alida Cornelia Koopman
Geboren te Medemblik op 26 juli 1879
Overleden te Amsterdam op 11 december 1949 (70 jr.)
Begraven aldaar op 16 december op het RK-kerkhof Buitenveldert.

Kinderen uit dit huwelijk:

1. Jacobus Johannes (Jaap)
Geboren te Hoogwoud op 3 maart 1901 (XII.BA.a.)

2. Johannes Augustinus (Jan)
Geboren te Hoogwoud op 5 mei 1905 (XII.BA.b.)

3. Anthonius Johannes (Toon)
Geboren te Hoogwoud op 20 september 1906 (XII.BA.c.)

4. Jozef Johannes (Joost)
Geboren te Medemblik op 17 februari 1908 (XII.BA.d.)

5. Alida Maria Catharina (Alie)
Geboren te Hoorn op 6 mei 1911
Overleden te Alkmaar op 14 januari 1979 (67 jr)
Begraven aldaar op het RK-kerkhof St. Barbara.
Gehuwd met:
Johannes Petrus Antonius (Jan) Stroomer
Slager te Alkmaar
Geboren te Alkmaar op 15 mei 1908
Overleden aldaar 28 mei 1968 (60 jr)
Begraven aldaar op het RK-kerkhof St. Barbara.
Uit dit huwelijk: 6 zonen en 4 dochters.

6. Emanuel Stephanus (Miel)
Geboren te Hoorn op 25 december 1912 (XII.BA.e.)

7. Augustinus Adrianus (Guus)
Geboren te Hoorn op 2 december 1914 (XII.BA.f.)

8. Maria Alida (Marie)
Geboren te Hoorn op 17 februari 1916
Overleden te Haarlem op 16 juni 1977 (61 jr.)
Uit 2 voorhuwelijkse relaties: 2 dochters
Gehuwd te Haarlemmermeer op 18 april 1951 met:
Johannes (Jan) Pollé
Arbeider, wonend te Zwanenburg (gem. Haarlemmermeer)
Geboren in de gemeente Haarlemmerliede op 28 december 1916
Overleden op 28 december 1995 (79 jr.)
Begraven te Halfweg op de RK begraafplaats.*
Uit dit huwelijk: 2 zonen.

9. Catharina Antonia (Truus)
Geboren te Hoorn op 12 mei 1918
Overleden te Amstelveen op 6 oktober 2000 (82 jr.)
Gehuwd te Amsterdam op 4 augustus 1948 met:
Johannes Hendrikus Maria (Jo) Diepstraten
Procuratiehouder bij de ABN-bank te Amstelveen
Geboren te Heerlen op 14 november 1921
Overleden te Amstelveen op 5 mei 1999 (77 jr.)
Uit dit huwelijk: 2 zonen en 1 dochter.

10. Divera Johanna (Vera)
Geboren te Hoorn op 10 oktober 1921
Overleden te Amstelveen op 27 januari 1989 (67 jr.)
Begraven op 1 februari op het RK-kerkhof Buitenveldert
Gehuwd te Amsterdam op 24 maart 1943 met:
Joseph Hendricus Maria (Jos) de Loor
Verwarmingsinstallateur en magazijnchef in Amsterdam
Geboren te Amsterdam op 14 maart 1917
Overleden te Amstelveen op 21 april 1981 (64 jr.)
Uit dit huwelijk: 5 zonen en 2 dochters.


Huwelijk

Johan, of kortweg Jo Koop trouwde op 25 april 1900 in Medemblik met Maria Vermeulen, hij was toen 21, zij 20 jaar oud. Maria was de enige dochter van Johan Vermeulen en Alida Koopman uit hun beider tweede huwelijk. Haar vader Johan was huis- en decoratieschilder en had een bijbehorende winkel in onder meer behangsel en klompen op het Begijnhof in Medemblik.



Johan Koop op een sulky, rond 1900


Caféhouder in Hoogwoud

Nog geen maand na hun huwelijk, op 16 mei 1900, vertrokken Johan en zijn vrouw naar Hoogwoud Na eerst zijn vader Jacob Koop geholpen te hebben als manufacturenkoopman, begon Johan Koop zelfstandig als uitbater van café De Witte Valk in Hoogwoud. Deze zaak werd op 15 februari 1900 voor 3800 gulden op een veiling aangekocht uit de boedel van Freek Groot. Voor de inboedel werd 700 gulden betaald. Volgens de overlevering werd dit alles door Johans vader betaald.

De Witte Valk lag aan de Herenweg in Hoogwoud en was een oude herberg die voor het eerst vermeld werd in 1630. Rond 1660 was deze uitspanning in handen van Jan Jacobsz Stuijt, die mogelijk een neef was van Griet Jan Stuijts, de vrouw van Elbert Tamesz Coopes (Zie III.C.a.), die zelf waard en herbergier in Spanbroek was.




Herberg De Witte Valk in Hoogwoud, begin jaren '60


Johan bleek echter niet geschikt voor het runnen van een café, "hem smaakte het pakken van paarden meer" zoals men in de familie zei. Zodoende werd De Witte Valk al op 22 december 1906 weer verkocht aan Arie Breed en wel voor 4200 gulden (waarschijnlijk 3600 voor het pand en 600 voor de inboedel). Er werd door Johan, of eigenlijk Jacob Koop, een verlies op geleden van 300 gulden.

Een zoon van Arie Breed verkocht De Witte Valk in 1957 aan Jan Ligthart, die het als café Ligthart nog runde tot 1965, toen het pand werd gesloopt om plaats te maken voor wooncentrum Kaijer. Deze Jan Ligthart (1918-2003) was familie van Agaath Ligthart, de vrouw van Johans zoon Jan Koop.

Transportbedrijf in Hoorn

Na het avontuur met De Witte Valk ging Johan Koop weer even terug naar Medemblik en vestigde zich per 11 september 1909 in Hoorn. Daar woonde hij achtereenvolgens in de Derdeboomlaan 25f, de Vijzelstraat 25, de Dubbele Buurt 28 en de Dubbele Buurt 20 rood.

In Hoorn begon Johan als sleper, wat wil zeggen dat hij goederen vervoerde met een handgetrokken kar of wagen. Later deed hij dit met paard en wagen en alszodanig transporteerde hij bijvoorbeeld in 1913 stenen voor de nieuwe watertoren bij Hoorn en eind jaren '20 materiaal voor de inpoldering van de Wieringermeer.

In 1920 verhuisde Johan naar een 18e eeuws dubbel pand aan de Nieuwe Noord 56-58 met opslagruimte en stallingen op de begane grond, woonruimte erboven en een loods erachter. Daarnaast huurde hij een strook gemeentegrond om een paar sleepwagens te parkeren.*



Het woon- en bedrijfspand van Johan Koop
aan de Nieuwe Noord 56-58 in Hoorn


Of Johan zijn transport- en verhuiswerk later met automobielen deed is niet bekend. Dat was wel het geval bij zijn oudste zoon Jaap Koop (1901-1967), die zijn hele leven als verhuizer in en rond Alkmaar werkzaam was.

Conflict met J.W. Post

Blijkens een artikeltje in de Schager Courant van 18 mei 1922 had Johan Koop destijds al drie jaar een conflict met rijwielhandelaar J.W. Post uit Hoorn. Na een door Post gewonnen rechtszaak had Johan een stal moeten ontruimen, waarna de verhouding tussen beide zwaar verstoord was geraakt.

Op 12 maart 1922 had zich een ernstig incident tussen beide heren voorgedaan: Johan Koop, door de krant omschreven als "een stevig gebouwde sleepersbaas uit Hoorn", stond met een knecht bij een verhuiswagen op de Nieuwe Noord toen Post met een auto kwam aanrijden. Johan ging midden op de weg staan en toen de auto vlakbij was, sprong hij op de treeplank, pakte Post beet en sloeg hem.

Post raakte hierdoor de macht over het stuur kwijt, waardoor de auto tegen een muur botste en de nodige schade opliep. Johan Koop kwam hiervoor voor de kantonrechter, waar de officier van justitie 50 gulden boete of 50 dagen celstraf eiste. Post eiste een schadevergoeding van 65 gulden. Hoe dit afliep is vooralsnog niet bekend.



Het gezin van Johan Koop en Maria Vermeulen, rond 1930
Achterste rij v.l.n.r.: Marie Kapteijn, Johan Koop, Agaath Ligthart, Jan
Middelste rij v.l.n.r.: Marie Vermeulen, Alie, Jan Stroomer, Gré Honnebier, Joost, Guus
Voorste rij v.l.n.r.: Marie, Vera, Truus




Het gezin van Johan Koop en Maria Vermeulen, rond 1935
Achterste rij v.l.n.r.: Guus, Miel, Johan Koop, Marie Vermeulen, Alie,
Jan Stroomer, Toon, Agaath Ligthart, Jan, Marie Kapteijn.
Voorste rij v.l.n.r.: Vera, Truus, Marie.


Naar de Van Baerlestraat

Eind jaren dertig ging Johan stilleven aan de betergesitueerde Drieboomlaan of Derde Boomlaan 113 in Hoorn. In juni 1939 verhuisde hij met zijn vrouw en jongste dochters Marie, Truus en Vera naar een woning aan de Van Baerlestraat 89 hs in Amsterdam. Johan deed zich hier duur voorkomen, onder meer door middel van een wandelstok met een zilveren knop.

Johans nieuwe woning bevond zich boven een filiaal van bakkerij Henri J. Carels, waar alledrie zijn dochters als winkeljuffrouw werkten. Door het bekende Atelier J. Merkelbach werd waarschijnlijk van dochter Truus de onderstaande foto gemaakt met als aanduiding "Koop, Mej. p/a Fa. Carels (Baerlestraat 89, Van)".



Mej. Koop, winkeljuffrouw bij bakkerij Carels
(foto: Atelier J. Merkelbach)


Dochter Marie kreeg in mei 1941 een kind uit een buitenechtelijke relatie, wat in die tijd vaak als een schande gold. In december 1946 kreeg ze op dezelfde wijze nog een tweede kind, maar toen was ze al naar de Achillesstraat verhuisd. Met twee buitenechtelijke kinderen was het niet makkelijk aan een man te komen, maar uiteindelijk trouwde ze in 1951 met Jan Pollé, een arbeider uit Zwanenburg.

Toen in december 1944 Leiden door de geallieerden gebombardeerd werd, kwam Johans schoondochter Agaath Ligthart met haar vijf kinderen voor de zekerheid in de Van Baerlestraat logeren. Haar man Jan Koop (1905-1997) bleef vanwege zijn werk achter. Agaath en haar dochters gingen toen bij gelegenheid wandelen in de buurt en in het Vondelpark.



Johan Koop en Maria Vermeulen tijdens het 12½-jarig
huwelijksfeest van hun zoon Jan in november 1945


Aan de Prinsengracht

Nadat zijn drie dochters het huis uit waren, verhuisde Johan Koop in september 1949 naar een woning aan de Prinsengracht 545 II. Voordien had daar Jan de Loor gewoond, wiens zoon Jos in 1943 met Johans dochter Vera getrouwd was. In 1944 was dit stel naar de Achillesstraat verhuisd.

Op 11 december 1949, nog geen drie maanden na de verhuizing naar de Prinsengracht, overleed Maria Vermeulen, 70 jaar oud. Nu er meer ruimte in het huis was, kwam in mei 1951 dochter Truus weer bij Johan inwonen, ditmaal samen met haar man Jo Diepstraten, met wie ze hier nog tot april 1960 bleef wonen.

Ondertussen was Johan Koop op 25 april 1952 overleden, in de leeftijd van 73 jaar. Na een requiemmis in de Krijtbergkerk aan het Singel werd hij begraven bij zijn vrouw op de Rooms-Katholieke begraafplaats Buitenveldert.



De Prinsengracht met geheel links nummer 545 waar op de
tweede verdieping Johan Koop en zijn familie woonden.
(foto uit 1936 door de Dienst Ruimtelijke Ordening)






XI.B.b. ANTON (Anthonius) KOOP

Manufacturenkoopman in Lutjebroek, chocoladefabrikant in Hilversum, vertegenwoordiger en inspecteur van een bierbrouwerij, koekfabrikant in Den Haag en gepensioneerd in Leidschendam (lees meer)

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 30 juli 1880
Overleden te Leidschendam op 12 maart 1950 (69 jr.)
Begraven aldaar op 16 maart op het RK-kerkhof St. Agatha.

Gehuwd te Zwaag op 7 juni 1906 met:
Dieuwertje (Divera) Pinxter
Dochter van Pieter Pinxter en Hendrika Helena Braun
Geboren te Zwaag op 16 april 1883
Overleden te Voorburg op 20 februari 1963 (79 jr.)

Uit dit huwelijk geen kinderen.


Priesterstudie

In veel katholieke families was het een hele eer wanneer een van de zoons priester werd en in het gezin van Jacob Koop en Marie Besseling zal het Anton geweest zijn die daarvoor de meeste aanleg had. Zodoende vertrok hij op 8 september 1892, net 12 jaar oud, naar Huize Ruwenberg in Sint Michielsgestel. Dat was een katholiek internaat van de Fraters van Tilburg dat landelijke bekendheid genoot en voorbereiding bood op het kleinseminarie.

De volgende stap was dan ook dat Anton op 21 augustus 1894 naar het kleinseminarie Hageveld ging, dat toen in Voorhout gevestigd was, maar later naar Heemstede verplaatst werd. Het onderwijs werd hier grotendeels door priesters verzorgd en was inhoudelijk vergelijkbaar met een gymnasium. Op Hageveld kreeg Anton gezelschap van zijn vriend Valentijn Pinxter (1880-1947).

Hoe belangrijk vader Jacob Koop deze prestigieuze priesterstudie vond bleek toen Anton tussendoor weleens terug naar huis kwam. Hij werd dan trots opgehemeld, zijn stoel was versierd en op het laatst moesten zijn broers en zusters zelfs "heer broer" tegen hem zeggen (overeenkomstig het "heeroom" waarmee men werd aangesproken als men eenmaal priester was). Ook kreeg hij bij zo'n gelegenheid een anker wijn mee.



Kleinseminarie Hageveld in Voorhout
Prentbriefkaart uit 1916 - Klik voor een vergroting


Verliefd, verloofd, getrouwd

Mogelijk was het bij zo'n tussentijds thuisbezoek dat Anton een keer Valentijn Pinxters zuster Dieuwertje ontmoette en verliefd op haar werd. Hij besloot om zijn priesterstudie niet voort te zetten zodat hij met haar kon trouwen. Zodoende keerde Anton op 26 april 1899 weer terug naar Medemblik.

Toen zijn vader Jacob dit alles vernam viel Anton uit de gratie en werd hij de deur uit gezet met de woorden: "eerst was je bestemd voor de geestelijkheid, nu voor de beestelijkheid". Ook Antons vriend Valentijn Pinxter stopte met de priesterstudie en werd uiteindelijk een gerespecteerd huisarts in Wervershoof.

Anton vertrok in september 1902 voor precies een jaar naar Goes, maar wat hij daar deed is onbekend. Hij keerde al gauw weer terug, want in 1904 was hij manufacturier in Lutjebroek. Op 7 juni 1906 trouwde Anton Koop in Zwaag met zijn geliefde Dieuwertje Pinxter en nog dezelfde maand betrokken ze een woning in Grootebroek. Hun huwelijk zou echter kinderloos blijven.

Chocoladefabrikant in Hilversum

Per 22 oktober 1910 vertrokken Anton en Dieuwertje naar Hilversum, waar ze aan de Chrysantenstraat 38 gingen wonen. Vermoedelijk nam Anton Koop toen samen met Johan J. Maats een chocoladefabriek over die zich sinds 1903 aan de Laarderweg (na de oorlog omgedoopt tot Larenseweg) 30 bevond.



Handtekeningen onder de oprichtingsakte van NV Para
Bovenaan tekenden Johan J. Maats en Anton Koop,
daaronder twee getuigen en notaris Ritman, 25 maart 1912.
(notarieel archief Amsterdam - klik ter vergroting)


Vervolgens richtten ze op 25 maart 1912 bij de Amsterdamse notaris J.A. Ritman de naamloze vennootschap "Stoom Cacao- en Chocoladefabriek "Para", voorheen C.F.A. Goedhuys" op, waarvan ze beide directeur werden.* De term para heeft uiteenlopende betekenissen, maar waar hij in dit geval naar verwijst is niet bekend.

Van deze chocoladefabriek zijn een paar blikjes bewaard gebleven. Deze hebben bovenop het opschrift "Cholat" en op de zijkant "Cacao- en Chocolaadfabriek "Para" Hilversum". Het zijn zeer klein blikjes (2,7 x 6 x 3,5 cm.), zodat ze vermoedelijk als monster of als relatiegeschenk dienden:



Blikje van cacao- en chocoladefabriek Para
(foto via Wikimedia Commons - klik ter vergroting)


Waarschijnlijk kwam de fabriek in 1921 of '22 in andere handen en werd toen omgedoopt tot chocola- en suikerwerkenfabriek NV Splendid.* Ondertussen was Anton in 1921 verhuisd naar een fraaie villa aan het Melkpad 33.

Koekfabrikant in Den Haag

Op 1 mei 1922 vertrok Anton Koop echter al weer naar de gemeente Obbicht en Papenhoven in midden-Limburg, waar hij vertegenwoordiger en vervolgens inspecteur van een bierbrouwerij was. Erg lang duurde dat niet, want na een tussenstop in Beverwijk verhuisden Anton en zijn vrouw in mei 1924 naar Den Haag. Daar woonden ze op vijf verschillende adressen en tussendoor ook nog bijna 4 jaar in het nabij gelegen Rijswijk. In deze periode was Anton als koekfabrikant werkzaam.

In 1943 verhuisde het echtpaar Koop naar een mooi gelegen woning aan Park Vronesteyn 5 in Voorburg en nadat Anton in 1945 65 was geworden woonden ze aan de Julianaweg 112 in Leidschendam. Daar overleed Anton Koop op 12 maart 1950, in de leeftijd van 69 jaar. Zijn vrouw Dieuwertje Pinxter overleefde hem bijna 13 jaar en overleed op 20 februari 1963 in Voorburg.

Stamboomonderzoek

Anton heeft ook pogingen ondernomen om de stamboom van de familie Koop uit te zoeken. Daarbij zou hij onder andere op het zinnetje "Ik en mijn Ant hebben 100 morgen land" zijn gestuit. De familie Koop zou volgens zijn onderzoek mogelijk uit Friesland zijn gekomen. Ook zijn jongste broer Joost (zie XI.B.f.) hield zich hiermee bezig. Antons genealogische papieren zijn vermoedelijk bij Joost terechtgekomen of via hem bij diens zoon Jac. Koop in Aerdenhout.



Het bidprentje voor Anton Koop
Collectie centrum voor regionale geschiedenis Rijckheyt
klik voor een vergroting





XI.B.c. JAAP (Jacobus Johannes) KOOP

Manufacturenkoopman te Schagen, winkelier in herenkleding te Beverwijk en tenslotte stillevend te Haarlem (lees meer)

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 26 november 1885
Overleden te Haarlem op 24 maart 1970 (84 jr.)
Begraven op 27 maart op het RK-kerkhof Berkenrode te Heemstede

Ongehuwd.


Jonge jaren

Jaap was het vijfde kind en de derde zoon van Jacob Koop en Marie Besseling, die hun kinderen een goede opvoeding probeerden te geven. Net als zijn broers en zusters had Jaap dan ook piano leren spelen en zelfs Franse les gekregen. In 1904 bleek dat hij zijn vader assisteerde als manufacturenkoopman, wat ook in 1914 nog als zijn beroep werd vermeld. Nadat het gezin in 1908 naar Schagen was verhuisd hielpen zowel Jaap als zijn broer Joost in de manufacturenhandel van hun vader.

Jaap zou nooit trouwen en bleef zodoende bij zijn ouders in huis wonen, ook toen zij in Beverwijk gingen 'stilleven', zoals men destijds een rustige oude dag noemde. In Beverwijk woonde Jacob Koop met zijn vrouw, hun zoon Jaap en een huishoudster in een huis aan de Zeestraat 7. Jaap nam hier opgewekt deel aan het sociale leven. Zijn ouders konden in 1927 nog hun 50-jarig huwelijksfeest vieren, maar zouden kort daarna, in 1928 resp. 1930, overlijden.




Het 50-jarighuwelijksfeest van Jacob Koop en Marie Besseling in 1927
in de winkel van Jaap Koop (staand geheel links) in Beverwijk
(klik er op voor een vergroting!)


Eigen kledingwinkel

Aanvankelijk werkte Jaap in een herenmodezaak in Alkmaar, maar eenmaal in Beverwijk begon hij een eigen zaak in heren- en jongenskleding. Deze was gevestigd in een groot pand aan de Breestraat 138, op de hoek van de Hobbesteeg. De winkel droeg de naam "Jac. Koop", waarbij Jac. een in die tijd veelvoorkomende afkorting van Jaaps eigenlijke naam Jacob was. Jaap, die als een echte Koop graag goed voor de dag wilde komen, gebruikte ook wel Jacques, de Franse versie van zijn naam. In de begintijd verkocht hij ook kleding op afbetaling, waaronder de zogeheten "Coupe Jacques Koop", broeken met extra wijde pijpen.

Een bediende uit de winkel, Chris Duin, woonde bij Jaap in huis. Aanvankelijk was hun relatie zo goed dat Jaap voornemens was zijn zaak aan hem over te doen, maar op een gegeven moment keken zij elkaar een paar jaar lang niet meer aan. Op een avond kregen zij flinke ruzie met elkaar en dreigde Jaap het hele pand met winkel en woning aan zijn broer Joost te verkopen. Hij voegde toen meteen ook de daad bij het woord en liep naar Joost, die aan de overkant van de Breestraat woonde, en maakte de koop rond.

Joost kocht de kledingzaak waarschijnlijk voor zijn zoon Jacques Koop, die de onderneming succesvol wist voort te zetten en later ook een filiaal opende in de Barteljorisstraat in Haarlem. Later woonde Jacques Koop in het villadorp Aerdenhout. Het lijkt er op dat Chris Duin later voor zichzelf is begonnen, want tot op de dag van vandaag bestaat er een gelijknamige herenmodezaak in Beverwijk.





De Breestraat in Beverwijk, met rechts op nummer 138
de heren- en jongenskledingzaak van Jaap Koop
(Prentbriefkaart, ca. 1955)

Nadat Jaaps neef Jacques Koop de kledingzaak had overgenomen, werd het winkelpand enkele keren grondig gemoderniseerd, zoals op de volgende foto's te zien is:



De herenmodezaak Jacques Koop aan de Breestraat in mei 1960
(foto: Beeldbank Noord-Hollands Archief)




De modezaak Jacques Koop in 1967, na modernizering van de
buitengevel en sloop van de naastgelegen panden in 1962
(foto: Beeldbank Noord-Hollands Archief)




De modezaak Jacques Koop aan de Breestraat in april 1973
(foto: Beeldbank Noord-Hollands Archief)




In Beverwijk woonde Jaap Koop aan de Breestraat 29, in een van de voormalige herenhuizen genaamd "In De Hollandsche Maagd", gelegen tegenover de Molenstraat, de huidige Zeestraat. Hij woonde daar alleen, wat hij soms wel eens eng vond. Daarom liet hij geregeld zo rond 11 en 12 uur 's avonds surveillerende politieagenten op de koffie komen.

Dit huis heeft hij uiteindelijk goed verkocht aan de plaatselijke R.K. Land- en Tuinbouwbank, die in het pand ernaast zat. De directeur daarvan, De Ruijter Sr., had wel interesse in het pand van Jaap. Zodoende kwam hij met twee anderen bij hem langs en zij betaalden direct de honderdduizend gulden die Jaap vroeg. Dit bedrag werd echter niet contant uitbetaald, maar in de vorm van een lijfrente bij deze bank.




De Breestraat met rechts van het midden de herenhuizen
genaamd 'In De Hollandse Maagd', hier rond 1900


Naar Amsterdam

Jaap verhuisde toen in augustus 1956 naar de Johannes Verhulststraat 82hs in Amsterdam. Als alleenstaande voelde hij zich daar echter tamelijk eenzaam. Na een operatie vertrok hij in april 1957 naar de Barteljorisstraat 34 rood in Haarlem. Uit Alkmaar kende hij Piet Stokman nog, die in Haarlem een pension had boven de modezaak Kreymborg op de hoek van de Grote Markt en de Barteljorisstraat. Hier kwam hij in de kost wonen op de derde verdieping, die hij met zijn grote meubels zeer fraai inrichtte.

In 1957 leerde Jaap hier de ongeveer 27-jarige Gé Hendrikse kennen, wiens vader aan de Binnenweg 62 in Heemstede een schildersbedrijf had. In de jaren die volgden gingen Jaap en Gé vaak samen naar Amsterdam om bij antiekwinkeltjes op zoek te gaan naar aardige koopjes. Ook gingen ze dan langs cafés en bezochten ze het COC, dat in die jaren onder de naam De Schakel een zeer populaire dancing voor homoseksuelen had. Volgens Gé was Jaap in die tijd best een wilde man, wat men op het eerste gezicht niet zou zeggen, gezien zijn toch wat statige voorkomen.




Sociëteit De Schakel van het COC aan
de Korte Leidsedwarsstraat 49 in Amsterdam
(klik op de foto voor een achtergrondreportage)


Jaaps homoseksualiteit, of zoals men toen zei: homofilie, was in de familie algemeen bekend, maar vormde nooit echt een probleem. De familie Koop was van oudsher goed katholiek, maar altijd wel op een relatief tolerante manier. Voor de familie was geslaagd zijn in de maatschappij vaak het belangrijkste criterium, en daar kon Jaap Koop wel aan voldoen. De rest was dan vaak wat minder belangrijk.

Naar Westfriesland

Omdat Jaap zelf geen auto reed, hij was immers al 72, kwam het vaak voor dat hij in de weekeinden met Gé, die een auto had van het schildersbedrijf van zijn vader, naar Westfriesland reed. Met name wilde Jaap naar Medemblik. Daar ging hij dan langs de Nieuwstraat en het "Achterommetje" waar zijn vereerde vader Jacob Koop had gewoond.

Vaak werden ook de broers Schouten bezocht. Dit waren de zonen van Krijn Schouten, die nog bevriend was geweest met Jaaps vader. Deze broers waren rijke landbouwers die een fraai pand aan de Haven van medemblik bewoonden. Als trotse en traditionele boeren moesten zij evenwel weinig van Jaaps jonge vriend Gé hebben, die daarom maar buiten moest wachten als Jaap bij hen op visite was.

Daarnaast ging Jaap Koop ook vaak en graag naar Schagen voor de markten en feesten aldaar en hij hield ook erg van de klederdracht uit die streek. Om die reden liet hij in Beverwijk portretten van zijn (reeds overleden) vader en moeder schilderen, waarbij zijn moeder Maria Besseling werd afgebeeld in Schagense klederdracht, die zij in werkelijkheid echter nooit heeft gedragen. Via Gé Hendrikse zijn deze portretten uiteindelijk terechtgekomen bij Jaaps neef Jacques Koop (XII.BC.b.) in Aerdenhout.

Zijn laatste jaren

In 1965 kreeg Jaap echter slaande ruzie met zijn pensionhoudster, waardoor hij binnen een maand uit z'n woning moest vertrekken. Jaap kocht toen een moderne flat aan de Engelandlaan 304 in de Haarlemse nieuwbouwwijk Schalkwijk. Deze flat was niet al te groot, maar met Jaaps grote klassieke meubels toch knus ingericht. Omdat hij al 80 was en dus wel wat ondersteuning kon gebruiken, kwam de toen 35-jarige Gé Hendrikse bij hem inwonen.

Op een gegeven moment kreeg Jaap hier last van een open been, dat maar niet wilde genezen. Zijn huisarts, dr. Pinxter, liet het maar op zijn beloop, totdat zijn broer Joost aandrong op ziekenhuisopname. Toen was het echter snel afgelopen en overleed Jaap Koop op 24 maart 1970, 84 jaar oud. Op 27 maart vond een traditionele katholieke uitvaartmis plaats in de Sint Bavokerk aan de Herenweg in Heemstede, waarna hij werd begraven op het daarachter gelegen kerkhof Berkenrode. Zijn graf kreeg een platte zwartmarmeren steen met daarop alleen zijn naam en zijn geboorte- en sterfdata.

Jaap was aanvankelijk van plan geweest om al zijn bezittingen aan andere mensen na te laten, wat ook gebeurde met enkele huizen die hij nog bezat. Het was echter de notaris, of zijn zaakwaarnemer J.N. De Ruijter jr. (die zijn vader was opgevolgd als directeur van de R.K. Land- en Tuinbouwbank te Beverwijk), die Jaap overhaalde om de flat en de hele inboedel na te laten aan Gé Hendrikse, die hem immers tot het laatst toe verzorgd had. Aldus geschiedde. Later verhuisde Gé naar Heemstede, waar het pompeuze oude bankstel van Jaap Koop, voorzien van het wapen van Medemblik, zo'n 30 jaar later nog stond.








XI.B.d. JAN (Johannes Jacobus) KOOP

Metselaar en tegelzetter te Schagen, vanaf 1934 conciërge, stoker en aannemer te Amsterdam (lees meer)

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 2 juni 1889
Overleden te Amsterdam op 7 februari 1974 (84 jr.)

Gehuwd te Schagen op 25 augustus 1920 met:
Geertje (Geertruida Elisabeth) Post
Dochter van kleermaker Anthonie Post en Elisabeth J. Kranenburg
Geboren te Schagen op 20 september 1893
Overleden te Amsterdam op 6 februari 1972 (78 jr.)

Kinderen uit dit huwelijk:

1. Jacobus Johannes (Jacques)
Geboren te Schagen op 14 juli 1921 (XII.BB.a.)

2. Anthonie Jozef (Ton)
Geboren te Schagen op 17 september 1922 (XII.BB.b.)

3. Marie Bets (Rietje)
Geboren te Schagen op 20 december 1923
Overleden te Amsterdam op 11 december 1961 (37 jr.)
Begraven aldaar op 15 december op het RK-kerkhof St. Barbara.

4. Bernardus Anthonius (Ben)
Geboren te Schagen op 15 januari 1927
Plotseling overleden te Amsterdam op 23 juni 1947 (20 jr.)
Ongehuwd.

5. Elizabeth Geertruida
Geboren te Schagen op 26 juli 1928
In 1950 vertrokken naar Auckland in Nieuw-Zeeland, vervolgens naar Oregon in de Verenigde Staten en tenslotte naar Sydney in Australië
Gehuwd met dhr. Vonk, doch later weer van hem gescheiden.
Uit dit huwelijk: 1 zoon en 1 dochter.

6. Geertruida Elizabeth
Geboren te Schagen op 4 januari 1930
In 1955 vertrokken naar Bromley in Groot Brittanië

7. Jozef Theodorus (Joost)
Geboren te Schagen op 29 december 1933 (XII.BB.c.)


Jan Koop was aanvankelijk metselaar en tegelzetter in Schagen, waar hij vlak naast zijn zuster To en haar man Niek Snaas woonde. In de crisisjaren kwam hij via zijn broer Jaap Koop (zie XI.B.c.) in contact met een rijke aannemer, die hem rond 1934 een vaste baan gaf als conciërge in een van diens nieuw gebouwde flatgebouwen in Amsterdam. Jans vrouw Geertje begon toen een sigarenzaak.

Via ene Theo Waaijer kon Jan Koop ook een huis krijgen in Amsterdam, mogelijk was dat de woning aan de Adolf van Nassaustraat 23 hs waar hij tot 1960 woonde. Daarna verhuisde hij naar de Adolf van Nassaustraat 17 II. Theo Waaijer was een metselaarsknecht uit Medemblik die met geld van Jans vader Jacob Koop (zie X.B.a.) een eigen bedrijf was begonnen dat zeer goed liep. Uiteindelijk bezat Waaijer zo'n 1000 huizen in Amsterdam, trouwde met een vrouw uit de familie Kreymborg en kwam in Aerdenhout te wonen. Hij bleef bevriend met Jans broer Jaap.

Jans grote hobby was fotografie en zodoende trad hij op als strandfotograaf in Callantsoog en legde hij ook belangrijke momenten in de familie vast. Ook stuurde hij familieleden vaak eigengemaakte kerstkaarten. Desondanks gold Jan als een buitenbeentje in de familie.

Na het overlijden van zijn vrouw Geertje Post in 1972 raakte Jan naar verluidt aan de drank en ging hij snel achteruit. Jan Koop overleed precies twee jaar later, 87 jaar oud.


Heeft u meer informatie over leven en werk van Jan Koop?
Mailt u dan even naar p.j.f.koop@quicknet.nl






XI.B.e. AAD (Adrianus Jacobus) KOOP

In 1913 geëmigreerd naar de Verenigde Staten van Amerika, aldaar veehouder en vervolgens medewerker bij een vleesverwerkingsbedrijf in de staat Iowa en tenslotte gepensioneerd in Californië (lees meer)

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 26 januari 1891
Overleden te Los Angeles, Californië, op 12 juni 1975 (84 jr.)

Gehuwd (1) te Waterloo, Iowa, op 24 september 1918 met:
Mary Gaede
Dochter van Ludwig/Louis Gaede en Emilie/Amanda Bartelt/s
Geboren in 1883
Overleden in 1938 (55 jr.)

Gehuwd (2) rond 1940 met:
N.N.

Uit beide huwelijken geen kinderen.



Aad Koop vóór zijn vertrek naar de VS
(datum en plaats onbekend)


Aad Koop emigreerde in 1913 naar de Verenigde Staten. Op 1 maart van dat jaar scheepte hij zich in Rotterdam als tweede klas passagier in aan boord van het transatlantische schip SS Rotterdam van de Holland-Amerika Lijn (HAL). Dit in 1908 gebouwde stoomschip was van dezelfde generatie als de beroemde Titanic en jarenlang het grootste schip van de Nederlandse koopvaardijvloot.




Na een zeereis van 10 dagen kwam de SS Rotterdam op 10 maart 1913 aan in New York, waar alle emigranten uit Europa vervolgens op Ellis Island geregistreerd werden. Deze registers zijn bewaard gebleven en leveren enkele interessante details op:

Over Aad Koop vermeldt het register dat hij bij aankomst 22 jaar oud was en van beroep slager - mogelijk omdat hij, zoals vele immigranten, in de vleesverwerkingsindustrie aan werk hoopte te komen. Hij was afkomstig uit Schagen en als naaste familielid in het land van herkomst gaf hij zijn broer A. Koop (zie XI.B.b.), wonend aan de "Gaarderweg" in Hilversum, op.



Fragment uit het register van immigranten van Ellis Island, blad 1
Met op regel 3 de gegevens van Aad Koop bij aankomst in de Verenigde Staten
(bron: www.ellisisland.org - klik op de afbeelding voor een vergroting)


Het register vermeldt verder dat Aad Koop als zijn bestemming het plaatsje Princeburg (tegenwoordig geschreven als Prinsburg) in de staat Minnesota had opgegeven. Prinsburg was één van de vele plaatsen in staten als Michigan, Wisconsin, Minnesota en South-Dakota waar zich vanaf het midden van de 19e eeuw talloze immigranten uit Europa vestigden. Prinsburg behoorde tot de plaatsen waar een goed voorzieningenniveau was en dan ook mensen uit vele landen aantrok.

Uit het tweede blad van het register van Ellis Island blijkt dat Aad Koop aangaf dat hij in Prinsburg reeds ene J. Vlaar kende (mogelijk gaat het hierbij om Jan Vlaar, die in 1905 op 20-jarige leeftijd als boer vanuit Andijk in New York aankwam en van plan was naar Westphal in Ontario te gaan). Er staat ook dat Aad zijn overtocht zelf betaald had en in het bezit was van 60,- US Dollar aan contant geld. Voorts was hij 5 feet en 4 inches (oftewel ongeveer 1,62 meter) lang en had hij blond haar en grijze ogen.



Fragment uit het register van immigranten van Ellis Island, blad 2
Met op regel 3 de gegevens van Aad Koop bij aankomst in de Verenigde Staten
(bron: www.ellisisland.org - klik op de afbeelding voor een vergroting)


Nadere details over het leven van Aad Koop zijn in mei 2016 aan het licht gebracht door Barend Bode uit Giessenburg. Een voor het onderzoek belangrijke ontdekking was dat Aad al vrij snel zijn naam veramerikaniseerd heeft en zich Art J. Koop noemde. De uitspraak van Art komt dicht in de buurt van Aad, hoewel Art eigenlijk de verkorte vorm van Arthur is, en Aad's officiële naam Adrianus was.

Blijkens de gegevens van de Iowa State Census, een volkstelling die destijds regelmatig op staats- en federaal niveau gehouden werd, woonde "Arthur Koop" in 1915 in Sumner, een plattelandsgebied in Bremer County in het noordoosten van de staat Iowa. Hij was 1 jaar woonachtig in deze staat, dus het is mogelijk dat hij tevoren in bijvoorbeeld Prinsburg in Minnesota heeft gewoond.

Uit de Censusgegevens blijkt voorts dat hij toen 23 en nog ongetrouwd was. Hij had 8 jaar lager en 4 jaar middelbaar onderwijs gevolgd. Van beroep was hij farmhand, hulp op een boerderij, waar hij in het jaar 1914 200 US Dollar mee verdiend had. Hij had geen huis in eigendom en als zijn godsdienst werd katholiek vermeld.*



Kaart van Bremer County met de verschillende Townships, 1930
(klik voor een vergroting)


Eerste huwelijk

Aad Koop trouwde op 24 september 1918 in Waterloo, Black Hawk County, Iowa, met Mary Gaede. Aad was 27 jaar en zijn vrouw werd op dezelfde leeftijd geschat, maar was in werkelijkheid al 35, een opmerkelijk leeftijdsverschil.*

Mary was de dochter van Ludwig Gaede (1853-1931) en Emilie Bartelt/s (1856-1934). Ludwig Gaede, die zich in de VS Louis noemde, was een immigrant uit Mecklenburg in Duitsland en een van de pioneer residents van het eveneens in Bremer County gelegen Dayton Township.*

Na zijn huwelijk verhuisde Art Koop kennelijk ook naar Dayton, waar hij bij de United States Census van 1920 geregistreerd werd onder zijn officiële naam "Adrianes J. Koop", zijnde 28 jaar oud en getrouwd met de 30-jarige Mary.* Ook hier wordt zijn vrouw dus weer met een lagere leeftijd vermeld.

Blijkens de Iowa State Census van 1925 woonden Art en zijn vrouw in Franklin of Polk, en volgens de Unites States Census van 1930 in Fremont, wat Townships (plattelandsgebieden) van Bremer County waren. In 1930 werd vermeld dat hij melkveehouder was, in een gehuurd huis op een farm woonde en geen radiotoestel had.

Volgens de overlevering is Mary in een psychiatrische inrichting terechtgekomen en bleef het huwelijk kinderloos. Ze overleed in 1938 op 55-jarige leeftijd. De fraaie grafsteen van "Mary L. Koop" was in 2009 nog aanwezig op de begraafplaats Fremont Cemetery nabij Tripoli in Bremer County:



Grafsteen van Mary L. Koop (1883-1938)
(bron: findagrave.com)


Uit de gegevens van Barend Bode is gebleken dat Aad Koop zich op 27 april 1942 liet registeren ten behoeve van de militaire dienst, iets dat na de aanval op Pearl Harbor in december 1941 verplicht was gesteld voor alle mannen tussen 18 en 65 jaar. Uit het registratieformulier blijkt dat "Art Jacob Koop" toen 50 jaar oud was en woonde op 1343 Longfellow Avenue in Waterloo. Dit is een wat grotere stad die ten zuiden van Bremer County ligt, waar Art Koop eerst woonde.

Gezien zijn leeftijd en buitenlandse nationaliteit zal hij geen actieve militaire dienst hebben verricht. Uit het formulier blijkt ook dat Aad inmiddels weer hertrouwd was, maar de naam van zijn tweede vrouw is niet bekend. Volgens de overlevering zou ook dit huwelijk kinderloos zijn gebleven. Mogelijk overleed zij ergens rond 1950, waarna Aad de gelegenheid had om in 1954 zijn familie in Nederland te bezoeken.



Dienstplichtformulier van Art Koop, 27 april 1942
met zijn eigenhandige handtekening

(klik ter vergroting)


De Rath Packing Company

Het dienstplichtformulier uit 1942 vermeld ook de werkgever van Art Koop: de Rath Packing Company, oftewel Rath's, destijds een van de grootste Amerikaanse vleesverwerkingsbedrijven waar enorme aantallen vee geslacht en tot al dan niet geconserveerde vleesproducten verwerkt werden. Rath's was in het geboortejaar van Aad Koop, 1891, opgericht door een immigrant uit Duitsland.

In de vleesverwerkingsindustrie waren de arbeidsomstandigheden vanoudsher erg slecht en werden immigranten aangetrokken om stakingen te breken. Ook bij de Rath Packing Company was regelmatig arbeidsonrust, met als dieptepunt een staking in 1948 waarbij een vakbondslid om het leven kwam en de Iowa National Guard eraan te pas kwam om de orde te herstellen.



Het complex van de Rath Packing Company in Waterloo, Iowa, ca. 1935

Uitgebreide geschiedenis van Rath's: Bringin' Home the Bacon (pdf)


Dat Aad Koop bij Rath's blijkt te hebben gewerkt komt grofweg overeen met de overlevering in de familie volgens welke hij directeur van een vleesfabriek in Chicago zou zijn geworden. Directeur van de Rath Packing Company was hij dan wel niet, maar het is goed mogelijk dat hij daar een wat betere functie had. Hij zou het redelijk goed gehad hebben, iets waar de onderstaande foto ook op lijkt te wijzen:



Aad Koop in de Verenigde Staten
(datum en plaats onbekend)


Even terug in Nederland

Na de Tweede Wereldoorlog is Aad Koop in elk geval eenmaal, namelijk in 1954, uit Amerika overgekomen. Hij was toen 63 en heeft onder andere een bezoek gebracht aan zijn zuster To en haar man Niek Snaas in Schagen, met wie hij het beste contact onderhield. Via het gezin Snaas zijn dan ook de hier afgebeelde foto's van Aad bewaard gebleven.

Typerend voor de mentaliteit in de familie Koop is de volgende anekdote: toen Aad vanuit de VS aankwam op het treinstation van Schagen vroeg hij daar de weg naar het huis van het gezin Snaas-Koop. Nadat hem dit verteld was, vroeg hij meteen: "zijn ze rijk?"



Aad Koop (tweede van links) op bezoek bij het
gezin van To en Niek Snaas in Schagen, 1954



Blijkens de Amerikaanse douaneregisters voer "Art J. Koop" terug naar de Verenigde Staten met het toen net nieuwe Nederlandse passagiersschip SS Rijndam. Hij vertrok op 9 juli vanuit Rotterdam, reisde in de toeristenklasse en kwam op 19 juli 1954 weer in New York aan.*

Laatste jaren

Hoe het Art Koop daarna is vergaan is vooralsnog onbekend. Wel is in mei 2016 bekend geworden dat "Art J. Koop" uiteindelijk pas op 12 juni 1975 in Los Angeles overleed, op de respectabele leeftijd van 84 jaar. Over de doodsoorzaak is niets bekend en ook werden geen naaste verwanten vermeld.*

Of Art Koop ook nog een tijdje in Los Angeles zelf heeft gewoond is evenmin bekend, maar het is goed denkbaar dat hij na zijn pensionering naar het zonnigere Californië is verhuisd. Bij zijn familie in Nederland was dit tot nu toe onbekend, dus kennelijk is na zijn overtocht het contact met hen verloren gegaan.


Los Angeles in de jaren '70





XI.B.f. JOOST (Jozef Theodorus) KOOP

Manufacturenkoopman te Schagen en mede-eigenaar van een drankengroothandel te Beverwijk (lees meer)

Zoon van Jacob Koop en Marie Besseling (zie X.B.a.)
Geboren te Medemblik op 14 februari 1892
Overleden te Beverwijk op 8 augustus 1987 (95 jr.)
Begraven aldaar op de RK begraafplaats Duinrust.

Gehuwd te Schagen op 14 mei 1918 met:
Johanna Catharina Maria (Jopie) Ranke
Dochter van Jan Ranke en Maria J. de Rot
Geboren te Schagen op 19 juni 1892
Overleden te Beverwijk op 21 juli 1975 (83 jr.)
Begraven aldaar op de RK begraafplaats Duinrust.

Kinderen uit dit huwelijk:

1. Maria Johanna (Mies)
Geboren te Beverwijk op 7 september 1919
Overleden aldaar op 4 augustus 2002 (82 jr.)
Gehuwd te Beverwijk op 3 mei 1947 met:
Petrus Hendrik Antonius (Henk) Kochx
Bloembollenhandelaar en koopman in elektrische artikelen in Beverwijk en Uitgeest; drager van het Verzetsherdenkingskruis.
Geboren te Beverwijk op 20 februari 1920
Overleden te Heemskerk op 28 september 1977 (57 jr.)
Uit dit huwelijk: 5 zonen en 1 dochter.

2. Jan Jacobus (Jan)
Geboren te Beverwijk op 23 oktober 1920 (XII.BC.a.)

3. Catharina Maria (Ineke)
Gehuwd met:
Johannes Willibrordus (Jan) Groot
In 1977 wonend te Beverwijk
Geboren te Zaandam op 11 december 1919?
Uit dit huwelijk: 2 zonen en 3 dochters.

4. Josina Maria Christina (Jos)
Geboren te Beverwijk op 19 juni 1923
Overleden aldaar op 17 december 1985 (62 jr.)
Begraven aldaar op 21 december op begraafplaats Duinrust.
Gehuwd met:
Adolf Cornelis Maria de Wolf
Geboren te Beverwijk op 14 januari 1919
Overleden aldaar op 9 juli 2005 (86 jr.)
Uit dit huwelijk: 3 kinderen.

5. Jacobus Johannes Anthonius (Jacques)
Geboren op 28 maart 1925 (XII.BC.b.)


Over Joost Koop is vooralsnog niet heel veel bekend. Aanvankelijk werkte hij samen met zijn broer Jaap in de manufacturenzaak van zijn vader Jacob Koop in Schagen. Later had hij een drankzaak/slijterij in Beverwijk en was hij waarschijnlijk mede-eigenaar van de drankengroothandel van zijn zwager Jan de Swart (1882-1931). Naar verluidt was hij in tamelijk goede doen.



De kinderen van Joost Koop en Jopie Ranke, ca. 1927
v.l.n.r.: Mies, Jan, Ien, Jos en Jacques


Heeft u meer informatie over leven en werk van Joost Koop?
Mailt u dan even naar p.j.f.koop@quicknet.nl




Grafsteen van Jopie Ranke en Joost Koop
op de RK begraafplaats Duinrust in Beverwijk
(bron: Grafstenenproject Noord-Holland)




P.J.F. Koop © juli 2004

.